BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 2.24
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan de eigenaar van een vissersvaartuig, indien:
a. er inkomensverlies is ontstaan als gevolg van het behalen van ten minste 30 procent minder omzet door het verrichten van visserijactiviteiten in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 met het vissersvaartuig waarvoor subsidie is aangevraagd ten opzichte van: 1°. de omzet die behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. de omzet die in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
1°. de omzet die behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. de omzet die in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
b. het inkomensverlies, bedoeld in onderdeel a, aantoonbaar verband heeft met de Brexit, blijkend uit de vervulling van één of meer van de volgende voorwaarden: 1°. uit de logboek gegevens of de verkoopdocumenten van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat de totale hoeveelheid vis, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht respectievelijk waarde in euro’s, die bij het verrichten van visserijactiviteiten met dit vissersvaartuig in 2019 werd aangeland, voor ten minste 20 procent bestond uit de in bijlage I genoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren;
2°. uit de beschikbare gegevens uit het volgsysteem voor vaartuigen, bedoeld in artikel 9 van de controleverordening, blijkt dat in het kalenderjaar 2019 ten minste in 60 dagen visserijactiviteiten zijn verricht in de wateren van het Verenigd Koninkrijk met het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a;
3°. uit de beschikbare vismachtigingen en de aanvragen hiervan blijkt dat voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 16 maart 2021, in tegenstelling tot in de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 maart 2019, er op aanvraag van de eigenaar van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, geen vismachtiging verleend is voor het met dit vissersvaartuig verrichten van visserijactiviteiten in de wateren van Noorwegen; of
4°. uit de logboek gegevens van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 ten minste gemiddeld 25 procent van de totale hoeveelheid van de gemiddelde jaarlijkse vangst van Noorse kreeft van dit vissersvaartuig werd gerealiseerd in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, ICES deelgebied 4, ten noorden van 53°N met het gebruik van dubbele bordentrawls met een maaswijdte van kleiner dan 95 millimeter.
1°. uit de logboek gegevens of de verkoopdocumenten van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat de totale hoeveelheid vis, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht respectievelijk waarde in euro’s, die bij het verrichten van visserijactiviteiten met dit vissersvaartuig in 2019 werd aangeland, voor ten minste 20 procent bestond uit de in bijlage I genoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren;
2°. uit de beschikbare gegevens uit het volgsysteem voor vaartuigen, bedoeld in artikel 9 van de controleverordening, blijkt dat in het kalenderjaar 2019 ten minste in 60 dagen visserijactiviteiten zijn verricht in de wateren van het Verenigd Koninkrijk met het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a;
3°. uit de beschikbare vismachtigingen en de aanvragen hiervan blijkt dat voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 16 maart 2021, in tegenstelling tot in de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 maart 2019, er op aanvraag van de eigenaar van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, geen vismachtiging verleend is voor het met dit vissersvaartuig verrichten van visserijactiviteiten in de wateren van Noorwegen; of
4°. uit de logboek gegevens van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 ten minste gemiddeld 25 procent van de totale hoeveelheid van de gemiddelde jaarlijkse vangst van Noorse kreeft van dit vissersvaartuig werd gerealiseerd in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, ICES deelgebied 4, ten noorden van 53°N met het gebruik van dubbele bordentrawls met een maaswijdte van kleiner dan 95 millimeter.
2. De subsidieaanvrager, dient per vissersvaartuig, een aanvraag om subsidieverlening in.
a. er inkomensverlies is ontstaan als gevolg van het behalen van ten minste 30 procent minder omzet door het verrichten van visserijactiviteiten in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021 met het vissersvaartuig waarvoor subsidie is aangevraagd ten opzichte van: 1°. de omzet die behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. de omzet die in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
1°. de omzet die behaald werd in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019, in het geval het vissersvaartuig na 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; of
2°. de omzet die in de kalenderjaren 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 gemiddeld behaald werd in de periode van 1 januari tot en met 31 maart, in het geval het vissersvaartuig tenminste vanaf 1 januari 2015 was ingeschreven in het visserijregister; en
b. het inkomensverlies, bedoeld in onderdeel a, aantoonbaar verband heeft met de Brexit, blijkend uit de vervulling van één of meer van de volgende voorwaarden: 1°. uit de logboek gegevens of de verkoopdocumenten van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat de totale hoeveelheid vis, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht respectievelijk waarde in euro’s, die bij het verrichten van visserijactiviteiten met dit vissersvaartuig in 2019 werd aangeland, voor ten minste 20 procent bestond uit de in bijlage I genoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren;
2°. uit de beschikbare gegevens uit het volgsysteem voor vaartuigen, bedoeld in artikel 9 van de controleverordening, blijkt dat in het kalenderjaar 2019 ten minste in 60 dagen visserijactiviteiten zijn verricht in de wateren van het Verenigd Koninkrijk met het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a;
3°. uit de beschikbare vismachtigingen en de aanvragen hiervan blijkt dat voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 16 maart 2021, in tegenstelling tot in de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 maart 2019, er op aanvraag van de eigenaar van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, geen vismachtiging verleend is voor het met dit vissersvaartuig verrichten van visserijactiviteiten in de wateren van Noorwegen; of
4°. uit de logboek gegevens van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 ten minste gemiddeld 25 procent van de totale hoeveelheid van de gemiddelde jaarlijkse vangst van Noorse kreeft van dit vissersvaartuig werd gerealiseerd in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, ICES deelgebied 4, ten noorden van 53°N met het gebruik van dubbele bordentrawls met een maaswijdte van kleiner dan 95 millimeter.
1°. uit de logboek gegevens of de verkoopdocumenten van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat de totale hoeveelheid vis, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht respectievelijk waarde in euro’s, die bij het verrichten van visserijactiviteiten met dit vissersvaartuig in 2019 werd aangeland, voor ten minste 20 procent bestond uit de in bijlage I genoemde vissoorten die zijn gevangen in de bij die vissoorten vermelde wateren;
2°. uit de beschikbare gegevens uit het volgsysteem voor vaartuigen, bedoeld in artikel 9 van de controleverordening, blijkt dat in het kalenderjaar 2019 ten minste in 60 dagen visserijactiviteiten zijn verricht in de wateren van het Verenigd Koninkrijk met het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a;
3°. uit de beschikbare vismachtigingen en de aanvragen hiervan blijkt dat voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 16 maart 2021, in tegenstelling tot in de periode van 1 januari 2019 tot en met 16 maart 2019, er op aanvraag van de eigenaar van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, geen vismachtiging verleend is voor het met dit vissersvaartuig verrichten van visserijactiviteiten in de wateren van Noorwegen; of
4°. uit de logboek gegevens van het vissersvaartuig, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2020 ten minste gemiddeld 25 procent van de totale hoeveelheid van de gemiddelde jaarlijkse vangst van Noorse kreeft van dit vissersvaartuig werd gerealiseerd in de wateren van het Verenigd Koninkrijk, ICES deelgebied 4, ten noorden van 53°N met het gebruik van dubbele bordentrawls met een maaswijdte van kleiner dan 95 millimeter.
2. De subsidieaanvrager, dient per vissersvaartuig, een aanvraag om subsidieverlening in.