BWBR0046962
Geldig vanaf 2022-07-26
Artikel 1.6
Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij
De minister beslist afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening, indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
b. de subsidie bestemd is voor: 1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, die al in moeilijkheden verkeerde vóór 1 januari 2021;
1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, die al in moeilijkheden verkeerde vóór 1 januari 2021;
c. de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 11 van de EMFAF-verordening;
d. de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.8; of
e. de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 13, onderdelen a tot en met d, en f tot en met m, van de EMFAF-verordening.
a. de aanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde regels;
b. de subsidie bestemd is voor: 1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, die al in moeilijkheden verkeerde vóór 1 januari 2021;
1°. een rechtspersoon of natuurlijke persoon tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of
2°. een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 3, onderdeel 5, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, die al in moeilijkheden verkeerde vóór 1 januari 2021;
c. de ingediende aanvraag niet ontvankelijk is voor steun ingevolge artikel 11 van de EMFAF-verordening;
d. de minister het onaannemelijk acht dat de subsidieaanvrager zal voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 1.8; of
e. de subsidie bestemd is voor de activiteiten als bedoeld in artikel 13, onderdelen a tot en met d, en f tot en met m, van de EMFAF-verordening.