BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2h.11
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van twaalf en vierentwintig maanden van het project, een voortgangsrapportage in over de voorafgaande twaalf maanden.
2. De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening.
3. In afwijking van de artikelen 1.13, vijfde lid, 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid, dient de subsidieontvanger geen deelnemersadministratie met het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project in.
4. Onverminderd artikel 1.16wordt bij de einddeclaratie een rapport ingediend met de geleerde lessen, waar in ieder geval wordt ingegaan op:
a. de wijze waarop het project is ingericht en uitgevoerd;
b. de feitelijke werking van de interventie;
c. de beoogde en niet beoogde effecten; en
d. de mogelijkheden tot voortzetting van de activiteiten na afloop van de subsidieperiode.
2. De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening.
3. In afwijking van de artikelen 1.13, vijfde lid, 1.15, eerste lid, en 1.16, eerste lid, dient de subsidieontvanger geen deelnemersadministratie met het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project in.
4. Onverminderd artikel 1.16wordt bij de einddeclaratie een rapport ingediend met de geleerde lessen, waar in ieder geval wordt ingegaan op:
a. de wijze waarop het project is ingericht en uitgevoerd;
b. de feitelijke werking van de interventie;
c. de beoogde en niet beoogde effecten; en
d. de mogelijkheden tot voortzetting van de activiteiten na afloop van de subsidieperiode.