BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2b.5
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. Een project in het kader van dit hoofdstuk vindt plaats:
a. binnen de projectperiode van 3 oktober 2022 tot en met 31 december 2023, of vanaf de datum van indiening van de subsidieaanvraag voor een maximale termijn van 15 maanden;
b. binnen de projectperiode van 4 december 2023 tot en met 31 december 2025, met een startdatum die niet eerder is dan de datum van indiening van de volledige subsidieaanvraag en met een maximale termijn van 24 maanden;
c. binnen de projectperiode van 1 oktober 2025 tot en met 31 januari 2028, met een startdatum die niet eerder is dan de datum van indiening van de volledige subsidieaanvraag en met een maximale termijn van 24 maanden.
2. De in de subsidieaanvraag vermelde startdatum van het project ligt ten minste één dag na de einddatum, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, van een eerder project waarvoor aan de subsidieaanvrager op grond van dit hoofdstuk subsidie is verleend.
3. Op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieaanvrager kan de Minister besluiten om, in plaats van de einddatum genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, de einddatum genoemd in het verzoek tot vaststelling van de subsidie, als uitgangpunt te nemen voor de beoordeling, bedoeld in het tweede lid.
a. binnen de projectperiode van 3 oktober 2022 tot en met 31 december 2023, of vanaf de datum van indiening van de subsidieaanvraag voor een maximale termijn van 15 maanden;
b. binnen de projectperiode van 4 december 2023 tot en met 31 december 2025, met een startdatum die niet eerder is dan de datum van indiening van de volledige subsidieaanvraag en met een maximale termijn van 24 maanden;
c. binnen de projectperiode van 1 oktober 2025 tot en met 31 januari 2028, met een startdatum die niet eerder is dan de datum van indiening van de volledige subsidieaanvraag en met een maximale termijn van 24 maanden.
2. De in de subsidieaanvraag vermelde startdatum van het project ligt ten minste één dag na de einddatum, genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, van een eerder project waarvoor aan de subsidieaanvrager op grond van dit hoofdstuk subsidie is verleend.
3. Op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieaanvrager kan de Minister besluiten om, in plaats van de einddatum genoemd in de beschikking tot subsidieverlening, de einddatum genoemd in het verzoek tot vaststelling van de subsidie, als uitgangpunt te nemen voor de beoordeling, bedoeld in het tweede lid.