BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2c.8
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. De Minister beoordeelt de projectplannen van de aanvragers op grond van de vereisten genoemd in artikel 2C.6en, voor zover deze niet reeds op basis van artikel 2C.7zijn afgewezen, aan de hand van de volgende criteria:
a. kwaliteit en verwachte effectiviteit van de aanpak van voedselhulp en materiële basishulp, waarbij in ieder geval in acht worden genomen het landelijk bereik van de doelgroep, waaronder kinderen, en het betrekken van de doelgroep bij de invulling van de voedselhulp en materiële basishulp (35 punten);
b. kwaliteit en verwachte effectiviteit van de aanpak van begeleidende maatregelen waaronder in ieder geval de wijze waarop maatregelen een bijdrage leveren aan het bevorderen van de sociale inclusie van de deelnemers en het bevorderen van gelijke kansen en non-discriminatie (25 punten);
c. de eerbiediging van de waardigheid en niet-stigmatisering van de doelgroep waarbij in ieder geval in acht wordt genomen de mate waarin iemand zich als behoeftig moet presenteren (15 punten);
d. de gezondheid van het voedsel en de evenwichtigheid van het voedselpakket, de evenwichtigheid van de materiële basishulp en de wijze waarop rekening wordt gehouden met zo min mogelijk milieubelastende productie en distributie (25 punten).
2. De punten voor de verschillende criteria in het eerste lid worden als volgt verdeeld:
a. zeer hoge mate voldaan aan het criterium: 100% van de beschikbare punten;
b. hoge mate voldaan aan het criterium: 75% van de beschikbare punten;
c. gemiddelde mate voldaan aan het criterium: 50% van de beschikbare punten;
d. lage mate voldaan aan het criterium: 25% van de beschikbare punten;
e. zeer lage mate voldaan aan het criterium: 0% van de beschikbare punten.
3. In afwijking van artikel 1.7verleent de Minister de subsidie aan de aanvrager die de hoogste totaalscore behaalt op basis van de puntentelling in het eerste en tweede lid en wijst overige aanvragen af.
4. In de beschikking tot subsidieverlening worden in ieder geval bepaald:
a. de subsidiabele activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de wijze van voorschotverlening.
a. kwaliteit en verwachte effectiviteit van de aanpak van voedselhulp en materiële basishulp, waarbij in ieder geval in acht worden genomen het landelijk bereik van de doelgroep, waaronder kinderen, en het betrekken van de doelgroep bij de invulling van de voedselhulp en materiële basishulp (35 punten);
b. kwaliteit en verwachte effectiviteit van de aanpak van begeleidende maatregelen waaronder in ieder geval de wijze waarop maatregelen een bijdrage leveren aan het bevorderen van de sociale inclusie van de deelnemers en het bevorderen van gelijke kansen en non-discriminatie (25 punten);
c. de eerbiediging van de waardigheid en niet-stigmatisering van de doelgroep waarbij in ieder geval in acht wordt genomen de mate waarin iemand zich als behoeftig moet presenteren (15 punten);
d. de gezondheid van het voedsel en de evenwichtigheid van het voedselpakket, de evenwichtigheid van de materiële basishulp en de wijze waarop rekening wordt gehouden met zo min mogelijk milieubelastende productie en distributie (25 punten).
2. De punten voor de verschillende criteria in het eerste lid worden als volgt verdeeld:
a. zeer hoge mate voldaan aan het criterium: 100% van de beschikbare punten;
b. hoge mate voldaan aan het criterium: 75% van de beschikbare punten;
c. gemiddelde mate voldaan aan het criterium: 50% van de beschikbare punten;
d. lage mate voldaan aan het criterium: 25% van de beschikbare punten;
e. zeer lage mate voldaan aan het criterium: 0% van de beschikbare punten.
3. In afwijking van artikel 1.7verleent de Minister de subsidie aan de aanvrager die de hoogste totaalscore behaalt op basis van de puntentelling in het eerste en tweede lid en wijst overige aanvragen af.
4. In de beschikking tot subsidieverlening worden in ieder geval bepaald:
a. de subsidiabele activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b. de wijze van voorschotverlening.