BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2e.5
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. De subsidie voor een project in het kader van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door:
a. een O&O fonds;
b. een hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2E.7, derde lid; of
c. het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente namens een arbeidsmarktregio.
2. Een subsidieaanvrager kan per aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, slechts één aanvraag indienen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk.
3. Onverminderd artikel 1.6bevat de subsidieaanvraag de volgende gegevens:
a. indien de subsidieaanvrager een O&O-fonds of de hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband is: 1°. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
2°. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband;
3°. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
4°. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
1°. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
2°. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband;
3°. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
4°. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
b. indien de subsidieaanvrager het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente is: een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat een O&O-fonds dan wel ten minste één werkgeversorganisatie en ten minste één werknemersorganisatie heeft ingestemd met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en die is ondertekend door zowel het O&O-fonds respectievelijk de betreffende organisaties als de subsidieaanvrager.
4. De minister behandelt aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, eerste lid, onderdeel b, op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag en beslist, in afwijking van artikel 1.6, vijfde lid, binnen achttien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
a. een O&O fonds;
b. een hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2E.7, derde lid; of
c. het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente namens een arbeidsmarktregio.
2. Een subsidieaanvrager kan per aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, slechts één aanvraag indienen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk.
3. Onverminderd artikel 1.6bevat de subsidieaanvraag de volgende gegevens:
a. indien de subsidieaanvrager een O&O-fonds of de hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband is: 1°. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
2°. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband;
3°. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
4°. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
1°. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
2°. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband;
3°. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
4°. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
b. indien de subsidieaanvrager het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente is: een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat een O&O-fonds dan wel ten minste één werkgeversorganisatie en ten minste één werknemersorganisatie heeft ingestemd met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en die is ondertekend door zowel het O&O-fonds respectievelijk de betreffende organisaties als de subsidieaanvrager.
4. De minister behandelt aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, eerste lid, onderdeel b, op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag en beslist, in afwijking van artikel 1.6, vijfde lid, binnen achttien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.