BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2f.5
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. Een samenwerkingsverband bestaat uit een of meer maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen of arbeidsorganisaties.
2. In het samenwerkingsverband is in ieder geval een maatschappelijke organisatie of een kennisinstelling vertegenwoordigd en daarnaast een arbeidsorganisatie.
3. Een bij het samenwerkingsverband betrokken arbeidsorganisatie zorgt ervoor dat de werknemersvertegenwoordiging van die organisatie actief wordt geïnformeerd over en betrokken bij de planvorming, implementatie en evaluatie van het project.
4. Het samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, waarin:
a. de hoofdaanvrager wordt gemachtigd om de andere partijen binnen het samenwerkingsverband gedurende het subsidieproces in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
b. een gemeenschappelijke doelstelling wordt bepaald;
c. een taakverdeling wordt bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen in de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risico’s, alsmede in de resultaten;
d. wordt geborgd dat de aangesloten kennisinstellingen het onderzoek onafhankelijk kunnen uitvoeren; en
e. wordt weergegeven hoe de werknemersvertegenwoordiging van de arbeidsorganisatie wordt geïnformeerd en betrokken, bedoeld in het derde lid.
2. In het samenwerkingsverband is in ieder geval een maatschappelijke organisatie of een kennisinstelling vertegenwoordigd en daarnaast een arbeidsorganisatie.
3. Een bij het samenwerkingsverband betrokken arbeidsorganisatie zorgt ervoor dat de werknemersvertegenwoordiging van die organisatie actief wordt geïnformeerd over en betrokken bij de planvorming, implementatie en evaluatie van het project.
4. Het samenwerkingsverband wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, waarin:
a. de hoofdaanvrager wordt gemachtigd om de andere partijen binnen het samenwerkingsverband gedurende het subsidieproces in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
b. een gemeenschappelijke doelstelling wordt bepaald;
c. een taakverdeling wordt bepaald die ziet op de omvang van de samenwerking, de bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan en die ziet op het delen in de daaraan verbonden financiële, technologische, wetenschappelijke en andere risico’s, alsmede in de resultaten;
d. wordt geborgd dat de aangesloten kennisinstellingen het onderzoek onafhankelijk kunnen uitvoeren; en
e. wordt weergegeven hoe de werknemersvertegenwoordiging van de arbeidsorganisatie wordt geïnformeerd en betrokken, bedoeld in het derde lid.