BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2c.6
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. Onverminderd artikel 1.6vermeldt de aanvrager in het projectplan:
a. op welke wijze wordt vastgesteld wie er tot de doelgroep behoort;
b. op welke wijze de doelgroep bereikt wordt, waarbij specifiek aandacht is voor het bereik van kinderen;
c. op welke wijze er uitsluitend voedsel en goederen zullen worden gedistribueerd die beantwoorden aan het Unierecht inzake de veiligheid van consumentenproducten;
d. op welke wijze bij de keuze van het te verdelen voedsel rekening wordt gehouden met het bijdragen aan evenwichtige voeding voor de meest behoeftige personen;
e. op welke wijze rekening wordt gehouden bij de voedselhulp met klimatologische en milieuaspecten, vooral met het oog op minder voedselverspilling en minder kunststof voor eenmalig gebruik;
f. hoe de aanvrager zorg draagt voor een aanbod van uitgiftepunten voor voedselhulp en materiële basishulp in elk van de twaalf provincies;
g. welke begeleidende maatregelen worden aangereikt en hoe deze maatregelen een bijdrage leveren aan het bevorderen van de sociale inclusie van de deelnemers, met nadruk op eventuele kinderen van deelnemers;
h. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de planning van het project haalbaar is;
i. over welke – met het oog op de uitvoering van het project – relevante kennis en ervaring de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers beschikken;
j. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de activiteiten een laagdrempelig karakter voor de doelgroep hebben, de menselijke waardigheid centraal staat, er rekening wordt gehouden met de culturele diversiteit van de doelgroep, directe en indirecte discriminatie wordt vermeden en gelijke behandeling van mannen en vrouwen wordt gewaarborgd;
k. op welke wijze wordt voldaan aan de aanbestedingsrechtelijke aspecten bij de aanwending van de middelen conform het projectplan.
2. Het financieringsplan, met in achtneming van voorschotbehoefte, omvat een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren.
3. In de beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle vermeldt de aanvrager in een daarvoor digitaal beschikbaar gesteld format op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen de aanvrager neemt om ervoor te zorgen dat aan de verantwoordingsvereisten wordt voldaan.
a. op welke wijze wordt vastgesteld wie er tot de doelgroep behoort;
b. op welke wijze de doelgroep bereikt wordt, waarbij specifiek aandacht is voor het bereik van kinderen;
c. op welke wijze er uitsluitend voedsel en goederen zullen worden gedistribueerd die beantwoorden aan het Unierecht inzake de veiligheid van consumentenproducten;
d. op welke wijze bij de keuze van het te verdelen voedsel rekening wordt gehouden met het bijdragen aan evenwichtige voeding voor de meest behoeftige personen;
e. op welke wijze rekening wordt gehouden bij de voedselhulp met klimatologische en milieuaspecten, vooral met het oog op minder voedselverspilling en minder kunststof voor eenmalig gebruik;
f. hoe de aanvrager zorg draagt voor een aanbod van uitgiftepunten voor voedselhulp en materiële basishulp in elk van de twaalf provincies;
g. welke begeleidende maatregelen worden aangereikt en hoe deze maatregelen een bijdrage leveren aan het bevorderen van de sociale inclusie van de deelnemers, met nadruk op eventuele kinderen van deelnemers;
h. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de planning van het project haalbaar is;
i. over welke – met het oog op de uitvoering van het project – relevante kennis en ervaring de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers beschikken;
j. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de activiteiten een laagdrempelig karakter voor de doelgroep hebben, de menselijke waardigheid centraal staat, er rekening wordt gehouden met de culturele diversiteit van de doelgroep, directe en indirecte discriminatie wordt vermeden en gelijke behandeling van mannen en vrouwen wordt gewaarborgd;
k. op welke wijze wordt voldaan aan de aanbestedingsrechtelijke aspecten bij de aanwending van de middelen conform het projectplan.
2. Het financieringsplan, met in achtneming van voorschotbehoefte, omvat een liquiditeitsbegroting waaruit blijkt dat de aanvrager gedurende de gehele projectperiode beschikt over voldoende liquide middelen om het project conform planning uit te voeren.
3. In de beschrijving van de administratieve organisatie en interne controle vermeldt de aanvrager in een daarvoor digitaal beschikbaar gesteld format op welke wijze de projectorganisatie is vormgegeven, de administratie is ingericht en welke maatregelen de aanvrager neemt om ervoor te zorgen dat aan de verantwoordingsvereisten wordt voldaan.