BWBR0046622
Geldig vanaf 2025-09-08
Artikel 2f.9
Subsidieregeling ESF+ 2021–2027
1. Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, de Minister de subsidieaanvraag niet afwijst op grond van artikel 1.9en de aanvraag voldoet aan de vereisten die zijn opgenomen in dit hoofdstuk, kent de Minister het projectplan van de aanvrager een score toe, aan de hand van de volgende criteria:
a. kwaliteit en onderbouwing van de probleemanalyse met een interventielogica waarin inzicht wordt gegeven in de aard van de problematiek op het gebied van gendergelijkheid en de wijze waarop het project hiervoor een oplossing kan bieden (maximaal 20 punten);
b. kwaliteit en onderbouwing van het activiteitenplan waarin wordt uiteengezet op welke wijze het doel, bedoeld in artikel 2f.3, wordt bereikt met de ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie, het opschalen of het verspreiden van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 30 punten);
c. kwaliteit en onderbouwing van de planning van de werkzaamheden van het project en het financieringsplan (maximaal 20 punten);
d. kwaliteit en onderbouwing van de beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing (maximaal 10 punten);
e. de beschrijving van de aanwezige relevante kennis en ervaring van de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers in het kader van de uitvoering van het project en behoeve van de verspreiding van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 10 punten);
f. kwaliteit en onderbouwing van de beschrijving waaruit blijkt hoe gelijke kansen en non-discriminatie worden bevorderd (maximaal 10 punten).
2. De punten voor de verschillende criteria in het eerste lid worden als volgt verdeeld:
a. zeer hoge mate van kwaliteit en onderbouwing: 100% van de beschikbare punten;
b. hoge mate van kwaliteit en onderbouwing: 75% van de beschikbare punten;
c. gemiddelde mate van kwaliteit en onderbouwing: 50% van de beschikbare punten;
d. lage mate van kwaliteit en onderbouwing: 25% van de beschikbare punten;
e. zeer lage mate van kwaliteit en onderbouwing: 0% van de beschikbare punten.
3. Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, zet de Minister de projecten in afwijking van artikel 1.7in een volgorde waarbij de hoogst scorende subsidieaanvraag als eerst subsidie verleend krijgt, daarna de op één na hoogst scorende subsidieaanvraag, en zo verder, totdat het subsidieplafond is bereikt.
4. Indien volledige honorering van een subsidieaanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, kan de Minister besluiten om een gedeelte van het aangevraagde subsidiebedrag te verlenen, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
5. Indien het subsidieplafond wordt overschreden, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van de aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.
a. kwaliteit en onderbouwing van de probleemanalyse met een interventielogica waarin inzicht wordt gegeven in de aard van de problematiek op het gebied van gendergelijkheid en de wijze waarop het project hiervoor een oplossing kan bieden (maximaal 20 punten);
b. kwaliteit en onderbouwing van het activiteitenplan waarin wordt uiteengezet op welke wijze het doel, bedoeld in artikel 2f.3, wordt bereikt met de ontwikkeling, de implementatie, de evaluatie, het opschalen of het verspreiden van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 30 punten);
c. kwaliteit en onderbouwing van de planning van de werkzaamheden van het project en het financieringsplan (maximaal 20 punten);
d. kwaliteit en onderbouwing van de beschrijving van de administratieve organisatie en interne beheersing (maximaal 10 punten);
e. de beschrijving van de aanwezige relevante kennis en ervaring van de aanvrager, de bij de uitvoering van het project betrokken partijen en de ingezette medewerkers in het kader van de uitvoering van het project en behoeve van de verspreiding van succesvolle aanpakken op het gebied van gendergelijkheid (maximaal 10 punten);
f. kwaliteit en onderbouwing van de beschrijving waaruit blijkt hoe gelijke kansen en non-discriminatie worden bevorderd (maximaal 10 punten).
2. De punten voor de verschillende criteria in het eerste lid worden als volgt verdeeld:
a. zeer hoge mate van kwaliteit en onderbouwing: 100% van de beschikbare punten;
b. hoge mate van kwaliteit en onderbouwing: 75% van de beschikbare punten;
c. gemiddelde mate van kwaliteit en onderbouwing: 50% van de beschikbare punten;
d. lage mate van kwaliteit en onderbouwing: 25% van de beschikbare punten;
e. zeer lage mate van kwaliteit en onderbouwing: 0% van de beschikbare punten.
3. Indien het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het subsidieplafond te boven gaat, zet de Minister de projecten in afwijking van artikel 1.7in een volgorde waarbij de hoogst scorende subsidieaanvraag als eerst subsidie verleend krijgt, daarna de op één na hoogst scorende subsidieaanvraag, en zo verder, totdat het subsidieplafond is bereikt.
4. Indien volledige honorering van een subsidieaanvraag zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, kan de Minister besluiten om een gedeelte van het aangevraagde subsidiebedrag te verlenen, zodat het subsidieplafond niet wordt overschreden.
5. Indien het subsidieplafond wordt overschreden, stelt de Minister de onderlinge rangschikking van de aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt vast door middel van loting.