BWBR0044646
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 5
Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024
1. De minister kan aan een werkgever op aanvraag een subsidie verstrekken voor een in de Nederlandse taal gegeven en door een taaldocent verzorgd opleidingstraject met minimaal 30 contacturen per werknemer en gericht op het verbeteren van een of meer taalvaardigheden, een of meer rekenvaardigheden of de digitale vaardigheden van een werknemer, en voor de volgende eventuele aanvullende activiteiten:
a. de voorzorg, zijnde het werven van werknemers en het bepalen welk opleidingstraject voor hen het meest passend is; en
b. de nazorg, zijnde het begeleiden van werknemers bij het volgen van een vervolgscholing, het verspreiden van de opbrengsten van het opleidingstraject binnen de organisatie van de werkgever of het toepassen daarvan in het HRM-beleid van de werkgever.
2. De werkgever beschikt over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel of, indien de werkgever in het buitenland is gevestigd, een inschrijving bij de met de Kamer van Koophandel vergelijkbare instantie in het land van vestiging.
3. Een aanvraag voor een opleidingstraject dat is gericht op het verbeteren van een of meer taalvaardigheden, kan slechts worden gedaan voor werknemers woonachtig in Nederland die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.
4. Een aanvraag voor een opleidingstraject dat is gericht op het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden, kan slechts worden gedaan voor werknemers woonachtig in Nederland die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld in het derde lid, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.
5. Een aanvraag voor een opleidingstraject dat is gericht op het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden, kan slechts worden gedaan voor werknemers woonachtig in Nederland die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld in het derde lid, dan wel één of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013.
6. De werkgever stelt het referentieniveau van een werknemer, bedoeld in het derde lid, vast aan de hand van een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie. De niveaubepaling of niveau-indicatie wordt uiterlijk voor de start van het opleidingstraject afgenomen op basis van een gevalideerd instrument. Indien een schriftelijke of digitale test vanwege het taalniveau dan wel het niveau van de digitale vaardigheden van de werknemer niet mogelijk is kan de niveaubepaling of niveau-indicatie mondeling worden uitgevoerd, blijkend uit een gespreksverslag. De taaldocent ondertekent het gespreksverslag.
7. Een werkgever kan ten hoogste eenmaal per jaar subsidie als bedoeld in deze paragraaf aanvragen.
a. de voorzorg, zijnde het werven van werknemers en het bepalen welk opleidingstraject voor hen het meest passend is; en
b. de nazorg, zijnde het begeleiden van werknemers bij het volgen van een vervolgscholing, het verspreiden van de opbrengsten van het opleidingstraject binnen de organisatie van de werkgever of het toepassen daarvan in het HRM-beleid van de werkgever.
2. De werkgever beschikt over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel of, indien de werkgever in het buitenland is gevestigd, een inschrijving bij de met de Kamer van Koophandel vergelijkbare instantie in het land van vestiging.
3. Een aanvraag voor een opleidingstraject dat is gericht op het verbeteren van een of meer taalvaardigheden, kan slechts worden gedaan voor werknemers woonachtig in Nederland die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.
4. Een aanvraag voor een opleidingstraject dat is gericht op het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden, kan slechts worden gedaan voor werknemers woonachtig in Nederland die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld in het derde lid, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.
5. Een aanvraag voor een opleidingstraject dat is gericht op het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden, kan slechts worden gedaan voor werknemers woonachtig in Nederland die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld in het derde lid, dan wel één of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013.
6. De werkgever stelt het referentieniveau van een werknemer, bedoeld in het derde lid, vast aan de hand van een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie. De niveaubepaling of niveau-indicatie wordt uiterlijk voor de start van het opleidingstraject afgenomen op basis van een gevalideerd instrument. Indien een schriftelijke of digitale test vanwege het taalniveau dan wel het niveau van de digitale vaardigheden van de werknemer niet mogelijk is kan de niveaubepaling of niveau-indicatie mondeling worden uitgevoerd, blijkend uit een gespreksverslag. De taaldocent ondertekent het gespreksverslag.
7. Een werkgever kan ten hoogste eenmaal per jaar subsidie als bedoeld in deze paragraaf aanvragen.