BWBR0044646
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 19
Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024
1. De activiteiten worden afgerond binnen 18 maanden na het moment van subsidieverstrekking.
2. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat elke ouder die deelneemt aan een cursus minimaal 30 contacturen van die cursus volgt, tenzij de subsidieontvanger kan aantonen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden en zich heeft ingespannen om, indien redelijkerwijs mogelijk, de uren door de ouder te laten inhalen of een andere ouder aan de cursus te laten deelnemen. Indien hij een andere ouder aan de cursus laat deelnemen, dient ook deze ouder minimaal 30 contacturen te volgen.
3. De subsidieontvanger administreert:
a. hoeveel ouders en hoeveel van elk geslacht aan de cursus, cursussen of de overige activiteiten hebben deelgenomen;
b. hoeveel ouders Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben; en
c. voor een cursus: het aantal per ouder gevolgde contacturen.
4. De subsidieontvanger evalueert na afloop van de activiteiten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de subsidieontvanger gebruik maakt van de vorm van monitoring, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a, subonderdeel 3°, respectievelijk artikel 18, tweede lid, onder a, subonderdeel 4°, zoals opgegeven bij de aanvraag. De subsidieontvanger dient de evaluatie uiterlijk drie maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten in bij de minister.
5. In aanvulling op artikel 5.4 van de Kaderregelingverleent de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en tot een jaar na afloop daarvan op verzoek van de minister medewerking aan initiatieven in het kader van Tel mee met Taal om de uitvoering of resultaten van de gesubsidieerde activiteiten toe te lichten.
6. Indien de administratie als bedoeld in het derde lid door de minister wordt opgevraagd ten behoeve van de verantwoording en vaststelling van de subsidie, verwijdert de subsidieontvanger daaruit de persoonsgegevens van de ouders.
2. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat elke ouder die deelneemt aan een cursus minimaal 30 contacturen van die cursus volgt, tenzij de subsidieontvanger kan aantonen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden en zich heeft ingespannen om, indien redelijkerwijs mogelijk, de uren door de ouder te laten inhalen of een andere ouder aan de cursus te laten deelnemen. Indien hij een andere ouder aan de cursus laat deelnemen, dient ook deze ouder minimaal 30 contacturen te volgen.
3. De subsidieontvanger administreert:
a. hoeveel ouders en hoeveel van elk geslacht aan de cursus, cursussen of de overige activiteiten hebben deelgenomen;
b. hoeveel ouders Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben; en
c. voor een cursus: het aantal per ouder gevolgde contacturen.
4. De subsidieontvanger evalueert na afloop van de activiteiten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de subsidieontvanger gebruik maakt van de vorm van monitoring, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a, subonderdeel 3°, respectievelijk artikel 18, tweede lid, onder a, subonderdeel 4°, zoals opgegeven bij de aanvraag. De subsidieontvanger dient de evaluatie uiterlijk drie maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten in bij de minister.
5. In aanvulling op artikel 5.4 van de Kaderregelingverleent de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en tot een jaar na afloop daarvan op verzoek van de minister medewerking aan initiatieven in het kader van Tel mee met Taal om de uitvoering of resultaten van de gesubsidieerde activiteiten toe te lichten.
6. Indien de administratie als bedoeld in het derde lid door de minister wordt opgevraagd ten behoeve van de verantwoording en vaststelling van de subsidie, verwijdert de subsidieontvanger daaruit de persoonsgegevens van de ouders.