BWBR0044646
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 12
Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024
1. De activiteiten worden afgerond binnen 18 maanden na het moment van subsidieverstrekking.
2. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat elke werknemer die deelneemt aan een opleidingstraject minimaal 30 contacturen volgt, tenzij de subsidieontvanger kan aantonen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden en dat hij zich voldoende heeft ingespannen om, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de uren door de werknemer te laten inhalen of een andere werknemer aan het opleidingstraject te laten deelnemen. Indien hij een andere werknemer aan het opleidingstraject laat deelnemen, dient ook deze werknemer minimaal 30 contacturen te volgen.
3. De subsidieontvanger administreert:
a. hoeveel werknemers en hoeveel van elk geslacht aan het opleidingstraject of de opleidingstrajecten hebben deelgenomen;
b. hoeveel werknemers Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben; en
c. het aantal per werknemer gevolgde contacturen.
4. De subsidieontvanger evalueert na afloop van het opleidingstraject en de eventuele aanvullende activiteiten in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de subsidieontvanger gebruik maakt van de vorm van monitoring, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder a, subonderdeel 4°, zoals opgegeven bij de aanvraag. De subsidieontvanger dient de evaluatie uiterlijk drie maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten in bij de minister.
5. In aanvulling op artikel 5.4 van de Kaderregelingverleent de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en tot een jaar na afloop daarvan op verzoek van de minister medewerking aan initiatieven in het kader van Tel mee met Taal om de uitvoering of resultaten van het opleidingstraject en de eventuele aanvullende activiteiten toe te lichten.
6. De subsidieontvanger bedingt bij de opleider of zelfstandige taaldocent dat zij de voor de administratie benodigde gegevens, bedoeld in het derde lid, bijhouden en met de subsidieontvanger delen alsmede meewerken aan de evaluatie, bedoeld in artikel 5.4 van de Kaderregeling.
7. Indien de administratie als bedoeld in het derde lid door de minister wordt opgevraagd ten behoeve van de verantwoording en vaststelling van de subsidie, verwijdert de subsidieontvanger daaruit de persoonsgegevens van de werknemers.
2. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat elke werknemer die deelneemt aan een opleidingstraject minimaal 30 contacturen volgt, tenzij de subsidieontvanger kan aantonen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden en dat hij zich voldoende heeft ingespannen om, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de uren door de werknemer te laten inhalen of een andere werknemer aan het opleidingstraject te laten deelnemen. Indien hij een andere werknemer aan het opleidingstraject laat deelnemen, dient ook deze werknemer minimaal 30 contacturen te volgen.
3. De subsidieontvanger administreert:
a. hoeveel werknemers en hoeveel van elk geslacht aan het opleidingstraject of de opleidingstrajecten hebben deelgenomen;
b. hoeveel werknemers Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben; en
c. het aantal per werknemer gevolgde contacturen.
4. De subsidieontvanger evalueert na afloop van het opleidingstraject en de eventuele aanvullende activiteiten in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de subsidieontvanger gebruik maakt van de vorm van monitoring, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder a, subonderdeel 4°, zoals opgegeven bij de aanvraag. De subsidieontvanger dient de evaluatie uiterlijk drie maanden na afloop van de gesubsidieerde activiteiten in bij de minister.
5. In aanvulling op artikel 5.4 van de Kaderregelingverleent de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en tot een jaar na afloop daarvan op verzoek van de minister medewerking aan initiatieven in het kader van Tel mee met Taal om de uitvoering of resultaten van het opleidingstraject en de eventuele aanvullende activiteiten toe te lichten.
6. De subsidieontvanger bedingt bij de opleider of zelfstandige taaldocent dat zij de voor de administratie benodigde gegevens, bedoeld in het derde lid, bijhouden en met de subsidieontvanger delen alsmede meewerken aan de evaluatie, bedoeld in artikel 5.4 van de Kaderregeling.
7. Indien de administratie als bedoeld in het derde lid door de minister wordt opgevraagd ten behoeve van de verantwoording en vaststelling van de subsidie, verwijdert de subsidieontvanger daaruit de persoonsgegevens van de werknemers.