BWBR0044646
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 18
Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024
1. Een aanvrager dient bij een subsidieaanvraag voor een cursus of cursussen de volgende documenten in:
a. een activiteitenplan dat voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.4 van de Kaderregeling en dat bovendien ten minste bevat: 1°. een beschrijving van de cursus of cursussen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal ouders, de groepsgrootte per cursus en de gebruikte lesmethode blijken;
2°. een beschrijving van de doelen van de cursus of cursussen en de wijze waarop deze cursus bijdraagt of cursussen bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid;
3°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de cursus of cursussen zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
1°. een beschrijving van de cursus of cursussen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal ouders, de groepsgrootte per cursus en de gebruikte lesmethode blijken;
2°. een beschrijving van de doelen van de cursus of cursussen en de wijze waarop deze cursus bijdraagt of cursussen bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid;
3°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de cursus of cursussen zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de Kaderregeling en waaruit in elk geval de totale kosten van de cursus of cursussen, de kosten per ouder en de hoogte van de eigen bijdrage of bijdragen van derden duidelijk worden;
c. de ondersteuningsverklaring, bedoeld in artikel 13, vijfde lid; en
d. de verklaring, bedoeld in artikel 14, vijfde lid.
2. Een aanvrager dient bij een subsidieaanvraag voor overige activiteiten de volgende documenten in:
a. een activiteitenplan dat voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.4 van de Kaderregeling en dat bovendien ten minste bevat: 1°. een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken partijen;
2°. een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien en de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd;
3°. een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelen als bedoeld in artikel 13, derde lid;
4°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de overige activiteiten zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
1°. een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken partijen;
2°. een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien en de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd;
3°. een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelen als bedoeld in artikel 13, derde lid;
4°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de overige activiteiten zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de Kaderregeling en waaruit in elk geval de hoogte van de eigen bijdrage of bijdragen van derden duidelijk wordt;
c. de ondersteuningsverklaring, bedoeld in artikel 13, vijfde lid; en
d. de verklaring, bedoeld in artikel 14, vijfde lid.
3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelingwordt in een aanvraag het Kamer van Koophandel-nummer van de aanvrager vermeld, hetzij, indien de aanvrager in het buitenland is gevestigd, het inschrijvingsnummer van de daarmee vergelijkbare instantie in het land van vestiging.
a. een activiteitenplan dat voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.4 van de Kaderregeling en dat bovendien ten minste bevat: 1°. een beschrijving van de cursus of cursussen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal ouders, de groepsgrootte per cursus en de gebruikte lesmethode blijken;
2°. een beschrijving van de doelen van de cursus of cursussen en de wijze waarop deze cursus bijdraagt of cursussen bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid;
3°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de cursus of cursussen zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
1°. een beschrijving van de cursus of cursussen waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal ouders, de groepsgrootte per cursus en de gebruikte lesmethode blijken;
2°. een beschrijving van de doelen van de cursus of cursussen en de wijze waarop deze cursus bijdraagt of cursussen bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid;
3°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de cursus of cursussen zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de Kaderregeling en waaruit in elk geval de totale kosten van de cursus of cursussen, de kosten per ouder en de hoogte van de eigen bijdrage of bijdragen van derden duidelijk worden;
c. de ondersteuningsverklaring, bedoeld in artikel 13, vijfde lid; en
d. de verklaring, bedoeld in artikel 14, vijfde lid.
2. Een aanvrager dient bij een subsidieaanvraag voor overige activiteiten de volgende documenten in:
a. een activiteitenplan dat voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.4 van de Kaderregeling en dat bovendien ten minste bevat: 1°. een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken partijen;
2°. een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien en de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd;
3°. een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelen als bedoeld in artikel 13, derde lid;
4°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de overige activiteiten zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
1°. een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken partijen;
2°. een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien en de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd;
3°. een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelen als bedoeld in artikel 13, derde lid;
4°. een keuze voor een vorm van monitoring aan de hand waarvan na de overige activiteiten zal worden geëvalueerd in hoeverre de doelstellingen daarvan zijn gehaald, waarbij de aanvrager kan kiezen uit een zelfevaluatie, impactmeting of het bijhouden van leeruitkomsten of testresultaten;
b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de Kaderregeling en waaruit in elk geval de hoogte van de eigen bijdrage of bijdragen van derden duidelijk wordt;
c. de ondersteuningsverklaring, bedoeld in artikel 13, vijfde lid; en
d. de verklaring, bedoeld in artikel 14, vijfde lid.
3. In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregelingwordt in een aanvraag het Kamer van Koophandel-nummer van de aanvrager vermeld, hetzij, indien de aanvrager in het buitenland is gevestigd, het inschrijvingsnummer van de daarmee vergelijkbare instantie in het land van vestiging.