BWBR0044646
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 36
Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024
1. In de gehele regeling kan in plaats van Nederlands of de Nederlandse taal ook Papiaments, Engels of de Engelse taal worden gelezen.
2. De in de regeling genoemde bedragen in euro’s worden omgerekend in Amerikaanse dollars tegen de jaarlijks door de minister vastgestelde wisselkoers.
3. In aanvulling op artikel 3, tweede lid, verstrekt de minister geen subsidie voor:
a. een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of een onderdeel daarvan; of
b. een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of een onderdeel daarvan.
4. Voor subsidies als bedoeld in paragraaf 2geldt dat:
a. de aanvraag in aanvulling op artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, niet kan worden gedaan door een openbaar lichaam en de aanvrager moet zijn gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
b. de aanvrager in afwijking van artikel 5, tweede lid, en artikel 6, tweede lid, beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 11, tweede lid;
c. de aanvraag in afwijking van artikel 5, derde tot en met vijfde lid, voor een opleiding gericht op: 1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, of een vergelijkbaar niveau in het Papiaments of de Engelse taal;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel één of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, of een vergelijkbaar niveau in het Papiaments of de Engelse taal;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel één of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
c1. voor de taalvaardigheid van de Nederlandse taal, bedoeld in onderdeel c, het referentieniveau dient te blijken uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen. Indien een schriftelijke of digitale test voor de Nederlandse taal niet mogelijk is door onder meer het taalniveau van de werknemer, kan de niveaubepaling of niveau-indicatie mondeling worden uitgevoerd, blijkend uit een gespreksverslag. De taaldocent ondertekent het gespreksverslag. Voor Papiaments en de Engelse taal dient het niveau te blijken uit een adequate onderbouwing;
d. het opleidingstraject ook daadwerkelijk is gericht op de taal waar de werknemer laaggeletterd in is en daarmee op de bevordering van de zelfredzaamheid van de werknemer in de maatschappij;
e. de taaldocent in aanvulling op artikel 7, eerste lid, tevens zijn bekwaamheid kan aantonen met: 1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 35, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
2°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 86, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
3°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
4°. het als taaldocent werkzaam zijn voor een mbo-instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES; of
5°. een ander getuigschrift waaruit blijkt dat de taaldocent geschikt is voor het geven van taalonderwijs; en
1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 35, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
2°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 86, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
3°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
4°. het als taaldocent werkzaam zijn voor een mbo-instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES; of
5°. een ander getuigschrift waaruit blijkt dat de taaldocent geschikt is voor het geven van taalonderwijs; en
f. de taaldocent in aanvulling op artikel 7, tweede lid, werkzaam kan zijn voor een opleider die beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, of beschikt als zelfstandige taaldocent over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 11, tweede lid.
5. Voor subsidies als bedoeld in paragraaf 3geldt dat:
a. de aanvraag in afwijking van artikel 13, vierde lid, voor een opleiding gericht op: 1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, dan wel het Papiaments of de Engelse taal beheersen op een niveau dat lager is dan het voor die taal vergelijkbare referentieniveau;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, dan wel het Papiaments of de Engelse taal beheersen op een niveau dat lager is dan het voor die taal vergelijkbare referentieniveau;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
a1. Voor de taalvaardigheid van de Nederlandse taal dient het referentieniveau, bedoeld in onderdeel a, onder 1˚, te blijken uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen. Indien een schriftelijke of digitale test voor de Nederlandse taal niet mogelijk is door onder meer het taalniveau van de werknemer, kan de niveaubepaling of niveau-indicatie mondeling worden uitgevoerd, blijkend uit een gespreksverslag. Voor Papiaments en de Engelse taal dient het niveau dit te blijken uit een adequate onderbouwing;
b. de cursus of de overige activiteiten ook daadwerkelijk zijn gericht op de taal waar de ouder laaggeletterd in is en daarmee op de bevordering van de zelfredzaamheid van de ouder in de maatschappij;
c. de aanvraag in afwijking van artikel 13, vijfde lid, wordt ondersteund door een openbaar lichaam en in afwijking van artikel 18, eerste lid, onder c, en 18 tweede lid, onder c, een door het betreffende openbaar lichaam ondertekende ondersteuningsverklaring bevat;
d. de penvoerder in aanvulling op artikel 14, eerste lid, niet een openbaar lichaam kan zijn, moet zijn gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en in afwijking van artikel 14, eerste lid, de aanvraag namens ten minste een andere partij indient, zijnde een lokale bibliotheek, een instelling die de jeugdgezondheidszorg uitvoert, een onderwijsinstelling of een voorschoolse voorziening;
e. de penvoerder in afwijking van artikel 14, tweede lid, beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 18, derde lid; en
f. de aanvrager in afwijking van artikel 16, tweede lid, niet is gehouden om 33 procent van de subsidiabele kosten door middel van een eigen bijdrage of bijdragen van derden te bekostigen, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag als bedoeld in artikel 16, eerste lid, in dat geval ten hoogste € 33.000,– bedraagt;
6. Voor subsidies als bedoeld in paragraaf 4geldt dat:
a. de aanvraag in aanvulling op artikel 20, eerste lid, en artikel 21, eerste lid, niet kan worden gedaan door een openbaar lichaam of Saba en de aanvrager moet zijn gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
b. de aanvrager in afwijking van artikel 20, tweede lid, en artikel 21, tweede lid, beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 25, onder d, subonderdeel 1°;
c. de aanvraag in afwijking van artikel 20, eerste lid, slechts kan worden gedaan voor experimenten gericht op laaggeletterde personen woonachtig op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
d. het experiment ook daadwerkelijk is gericht op de taal waar de deelnemende personen laaggeletterd in zijn en daarmee op de bevordering van de zelfredzaamheid van deze personen in de maatschappij; en
e. de aanvraag in afwijking van artikel 20, derde lid, wordt ondersteund door een openbaar lichaam en in afwijking van artikel 25, onder c, subonderdeel 2°, een door het betreffende openbaar lichaam ondertekende ondersteuningsverklaring bevat.
3. In artikel 32, vijfde lid, dient in plaats van de Regeling jaarverslaggeving onderwijsde Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESte worden gelezen.
2. De in de regeling genoemde bedragen in euro’s worden omgerekend in Amerikaanse dollars tegen de jaarlijks door de minister vastgestelde wisselkoers.
3. In aanvulling op artikel 3, tweede lid, verstrekt de minister geen subsidie voor:
a. een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of een onderdeel daarvan; of
b. een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES of een onderdeel daarvan.
4. Voor subsidies als bedoeld in paragraaf 2geldt dat:
a. de aanvraag in aanvulling op artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, niet kan worden gedaan door een openbaar lichaam en de aanvrager moet zijn gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
b. de aanvrager in afwijking van artikel 5, tweede lid, en artikel 6, tweede lid, beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 11, tweede lid;
c. de aanvraag in afwijking van artikel 5, derde tot en met vijfde lid, voor een opleiding gericht op: 1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, of een vergelijkbaar niveau in het Papiaments of de Engelse taal;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel één of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, of een vergelijkbaar niveau in het Papiaments of de Engelse taal;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor werknemers die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een referentieniveau lager dan het referentieniveau, bedoeld onder 1˚, dan wel één of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
c1. voor de taalvaardigheid van de Nederlandse taal, bedoeld in onderdeel c, het referentieniveau dient te blijken uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen. Indien een schriftelijke of digitale test voor de Nederlandse taal niet mogelijk is door onder meer het taalniveau van de werknemer, kan de niveaubepaling of niveau-indicatie mondeling worden uitgevoerd, blijkend uit een gespreksverslag. De taaldocent ondertekent het gespreksverslag. Voor Papiaments en de Engelse taal dient het niveau te blijken uit een adequate onderbouwing;
d. het opleidingstraject ook daadwerkelijk is gericht op de taal waar de werknemer laaggeletterd in is en daarmee op de bevordering van de zelfredzaamheid van de werknemer in de maatschappij;
e. de taaldocent in aanvulling op artikel 7, eerste lid, tevens zijn bekwaamheid kan aantonen met: 1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 35, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
2°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 86, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
3°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
4°. het als taaldocent werkzaam zijn voor een mbo-instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES; of
5°. een ander getuigschrift waaruit blijkt dat de taaldocent geschikt is voor het geven van taalonderwijs; en
1°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 35, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES;
2°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 86, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
3°. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en waaruit blijkt dat de taaldocent bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
4°. het als taaldocent werkzaam zijn voor een mbo-instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES; of
5°. een ander getuigschrift waaruit blijkt dat de taaldocent geschikt is voor het geven van taalonderwijs; en
f. de taaldocent in aanvulling op artikel 7, tweede lid, werkzaam kan zijn voor een opleider die beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, of beschikt als zelfstandige taaldocent over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 11, tweede lid.
5. Voor subsidies als bedoeld in paragraaf 3geldt dat:
a. de aanvraag in afwijking van artikel 13, vierde lid, voor een opleiding gericht op: 1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, dan wel het Papiaments of de Engelse taal beheersen op een niveau dat lager is dan het voor die taal vergelijkbare referentieniveau;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
1°. het verbeteren van een of meer taalvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die een of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, dan wel het Papiaments of de Engelse taal beheersen op een niveau dat lager is dan het voor die taal vergelijkbare referentieniveau;
2°. het verbeteren van een of meer rekenvaardigheden slechts kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer rekenvaardigheden beheersen op een niveau lager dan het referentieniveau 2F, zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
3°. het verbeteren van een of meer digitale vaardigheden kan worden gedaan voor ouders die woonachtig zijn op Bonaire, Sint Eustatius of Saba die een of meer taalvaardigheden beheersen op een niveau lager dan een niveau als bedoeld onder 1˚, dan wel een of meer digitale vaardigheden beheersen op een niveau lager dan het Basisniveau 2, zoals vastgesteld in bijlage 8, eindtermen digitale vaardigheden behorende bij de Regeling eindtermen educatie 2013;
a1. Voor de taalvaardigheid van de Nederlandse taal dient het referentieniveau, bedoeld in onderdeel a, onder 1˚, te blijken uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen. Indien een schriftelijke of digitale test voor de Nederlandse taal niet mogelijk is door onder meer het taalniveau van de werknemer, kan de niveaubepaling of niveau-indicatie mondeling worden uitgevoerd, blijkend uit een gespreksverslag. Voor Papiaments en de Engelse taal dient het niveau dit te blijken uit een adequate onderbouwing;
b. de cursus of de overige activiteiten ook daadwerkelijk zijn gericht op de taal waar de ouder laaggeletterd in is en daarmee op de bevordering van de zelfredzaamheid van de ouder in de maatschappij;
c. de aanvraag in afwijking van artikel 13, vijfde lid, wordt ondersteund door een openbaar lichaam en in afwijking van artikel 18, eerste lid, onder c, en 18 tweede lid, onder c, een door het betreffende openbaar lichaam ondertekende ondersteuningsverklaring bevat;
d. de penvoerder in aanvulling op artikel 14, eerste lid, niet een openbaar lichaam kan zijn, moet zijn gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba en in afwijking van artikel 14, eerste lid, de aanvraag namens ten minste een andere partij indient, zijnde een lokale bibliotheek, een instelling die de jeugdgezondheidszorg uitvoert, een onderwijsinstelling of een voorschoolse voorziening;
e. de penvoerder in afwijking van artikel 14, tweede lid, beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 18, derde lid; en
f. de aanvrager in afwijking van artikel 16, tweede lid, niet is gehouden om 33 procent van de subsidiabele kosten door middel van een eigen bijdrage of bijdragen van derden te bekostigen, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag als bedoeld in artikel 16, eerste lid, in dat geval ten hoogste € 33.000,– bedraagt;
6. Voor subsidies als bedoeld in paragraaf 4geldt dat:
a. de aanvraag in aanvulling op artikel 20, eerste lid, en artikel 21, eerste lid, niet kan worden gedaan door een openbaar lichaam of Saba en de aanvrager moet zijn gevestigd op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
b. de aanvrager in afwijking van artikel 20, tweede lid, en artikel 21, tweede lid, beschikt over een inschrijving bij een Kamer van Koophandel als bedoeld in de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES, waarvan het nummer bij de aanvraag wordt vermeld conform artikel 25, onder d, subonderdeel 1°;
c. de aanvraag in afwijking van artikel 20, eerste lid, slechts kan worden gedaan voor experimenten gericht op laaggeletterde personen woonachtig op Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
d. het experiment ook daadwerkelijk is gericht op de taal waar de deelnemende personen laaggeletterd in zijn en daarmee op de bevordering van de zelfredzaamheid van deze personen in de maatschappij; en
e. de aanvraag in afwijking van artikel 20, derde lid, wordt ondersteund door een openbaar lichaam en in afwijking van artikel 25, onder c, subonderdeel 2°, een door het betreffende openbaar lichaam ondertekende ondersteuningsverklaring bevat.
3. In artikel 32, vijfde lid, dient in plaats van de Regeling jaarverslaggeving onderwijsde Regeling jaarverslaglegging onderwijs BESte worden gelezen.