BWBR0044646
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 26
Subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024
1. De minister beoordeelt alle aanvragen of, in het geval van toepassing van artikel 24, derde en vierde lid, de na loting resterende aanvragen, aan de hand van de volgende criteria:
a. relevantie van het project;
b. kwaliteit van het activiteitenplan;
c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
d. draagvlak en samenwerking; en
e. begroting.
2. De criteria zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlagebij deze regeling is gevoegd.
3. Aanvragen dienen voor elk van de criteria minimaal als voldoende te zijn beoordeeld om in aanmerking te komen voor verstrekking van de subsidie.
4. Indien een loting als bedoeld in artikel 24, derde en vierde lid, heeft plaatsgevonden en de aanvragen die als voldoende zijn beoordeeld tezamen onder het subsidieplafond als bedoeld in artikel 24, eerste lid, blijven, worden een of meer uitgelote aanvragen alsnog door de minister beoordeeld.
5. Welke uitgelote aanvraag of aanvragen op grond van het vierde alsnog door de minister worden beoordeeld, wordt bepaald aan de hand van de volgorde van de loting als bedoeld in artikel 24, derde en vierde lid. De minister neemt daarbij eerst een aanvraag uit de groep van experimenten waarvoor het minste aantal aanvragen als voldoende is beoordeeld, en neemt daarna een aanvraag uit de andere groep van experimenten. De minister herhaalt dit net zo lang tot het subsidieplafond is bereikt.
6. De minister rangschikt de aanvragen die op grond van de voorgaande leden in aanmerking voor verstrekking van subsidie komen, van hoog naar laag aan de hand van hun totale puntenaantal voor de criteria, bedoeld in het eerste lid.
a. relevantie van het project;
b. kwaliteit van het activiteitenplan;
c. uitvoerbaarheid en haalbaarheid;
d. draagvlak en samenwerking; en
e. begroting.
2. De criteria zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat als bijlagebij deze regeling is gevoegd.
3. Aanvragen dienen voor elk van de criteria minimaal als voldoende te zijn beoordeeld om in aanmerking te komen voor verstrekking van de subsidie.
4. Indien een loting als bedoeld in artikel 24, derde en vierde lid, heeft plaatsgevonden en de aanvragen die als voldoende zijn beoordeeld tezamen onder het subsidieplafond als bedoeld in artikel 24, eerste lid, blijven, worden een of meer uitgelote aanvragen alsnog door de minister beoordeeld.
5. Welke uitgelote aanvraag of aanvragen op grond van het vierde alsnog door de minister worden beoordeeld, wordt bepaald aan de hand van de volgorde van de loting als bedoeld in artikel 24, derde en vierde lid. De minister neemt daarbij eerst een aanvraag uit de groep van experimenten waarvoor het minste aantal aanvragen als voldoende is beoordeeld, en neemt daarna een aanvraag uit de andere groep van experimenten. De minister herhaalt dit net zo lang tot het subsidieplafond is bereikt.
6. De minister rangschikt de aanvragen die op grond van de voorgaande leden in aanmerking voor verstrekking van subsidie komen, van hoog naar laag aan de hand van hun totale puntenaantal voor de criteria, bedoeld in het eerste lid.