BWBR0044416
Geldig vanaf 2021-12-19
Artikel 6.7e
Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
1. De artikelen 6.7a, eerste lid, 6.7b, eerste lid, en 6.7d, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing, indien een persoon, komend uit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen hoogrisicogebied binnen de Europese Economische Ruimte, uit Zwitserland, Andorra, Monaco, San Marino, Vaticaanstad of uit de Caribische delen van het Koninkrijk, niet zijnde een zeer hoogrisicogebied, aan de aanbieder van personenvervoer en aan een toezichthouder een op hem betrekking hebbend bewijs van vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 kan tonen waaruit blijkt dat:
a. de vaccinatie met het covid-19-vaccin Janssen, registratienummer EU/1/20/1525, ten minste achtentwintig dagen voor het moment van aankomst in Nederland is voltooid of de vaccinatie met een ander vaccin ten minste veertien dagen voor het moment van aankomst in Nederland is voltooid; en
b. niet meer dan 270 dagen zijn verstreken sinds de datum van voltooiing van de vaccinatie, tenzij in aanvulling op die voltooide vaccinatie een vaccin is toegediend dat eveneens is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen of het Europees Medicijn Agentschap, dan wel door de wereldgezondheidsorganisatie is opgenomen op de Emergency Use Listing.
2. Een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 bestaat uit toediening van een vaccin tegen een infectie veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen, het Europees Medicijn Agentschap of door de WHO is opgenomen op de Emergency Use Listing en is voltooid indien:
a. de vaccinatie bestaat uit de toediening van één vaccin en dit vaccin is toegediend; of
b. de vaccinatie bestaat uit de toediening van twee vaccins; en 1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
3. Een bewijs van voltooide vaccinatie bevat in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans:
a. gegevens waaruit valt te herleiden wie de persoon is die is gevaccineerd;
b. gegevens waaruit blijkt dat een vaccinatie tegen het virus SARS-Cov-2 is toegediend en is voltooid overeenkomstig het tweede lid;
c. de merknaam en de naam van de fabrikant of handelsvergunninghouder van elk vaccin dat is toegediend;
d. de datum van toediening van elk vaccin dat is toegediend;
e. de afgever van het bewijs van vaccinatie.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een bewijs van aanvullende vaccinatie na de voltooide vaccinatie.
a. de vaccinatie met het covid-19-vaccin Janssen, registratienummer EU/1/20/1525, ten minste achtentwintig dagen voor het moment van aankomst in Nederland is voltooid of de vaccinatie met een ander vaccin ten minste veertien dagen voor het moment van aankomst in Nederland is voltooid; en
b. niet meer dan 270 dagen zijn verstreken sinds de datum van voltooiing van de vaccinatie, tenzij in aanvulling op die voltooide vaccinatie een vaccin is toegediend dat eveneens is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen of het Europees Medicijn Agentschap, dan wel door de wereldgezondheidsorganisatie is opgenomen op de Emergency Use Listing.
2. Een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 bestaat uit toediening van een vaccin tegen een infectie veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen, het Europees Medicijn Agentschap of door de WHO is opgenomen op de Emergency Use Listing en is voltooid indien:
a. de vaccinatie bestaat uit de toediening van één vaccin en dit vaccin is toegediend; of
b. de vaccinatie bestaat uit de toediening van twee vaccins; en 1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
1°. beide vaccins zijn toegediend met inachtneming van het aanbevolen interval; of
2°. één vaccin is toegediend en is bevestigd dat de gevaccineerde persoon blijkens een positieve testuitslag eerder geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2.
3. Een bewijs van voltooide vaccinatie bevat in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans:
a. gegevens waaruit valt te herleiden wie de persoon is die is gevaccineerd;
b. gegevens waaruit blijkt dat een vaccinatie tegen het virus SARS-Cov-2 is toegediend en is voltooid overeenkomstig het tweede lid;
c. de merknaam en de naam van de fabrikant of handelsvergunninghouder van elk vaccin dat is toegediend;
d. de datum van toediening van elk vaccin dat is toegediend;
e. de afgever van het bewijs van vaccinatie.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een bewijs van aanvullende vaccinatie na de voltooide vaccinatie.