BWBR0044416
Geldig vanaf 2021-12-19
Artikel 6.7a
Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
1. De aanbieder van openbaar vervoer draagt er zorg voor dat alleen vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, indien een persoon, komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen hoogrisicogebied of zeer hoogrisicogebied een op hem betrekking hebbende negatieve testuitslag van een NAAT-test die maximaal achtenveertig uur of, met uitzondering van reizigers komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zeer hoogrisicogebied, van een antigeentest die maximaal vierentwintig uur voor het moment van het aan boord gaan van een vervoermiddel is uitgevoerd kan tonen aan de aanbieder van het vervoer en aan een toezichthouder.
2. Een negatieve testuitslag bevat:
a. gegevens waardoor valt te herleiden wie de persoon is die is getest;
b. de uitslag van een antigeentest of een NAAT-test;
c. de in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans vermelde conclusie dat de geteste persoon op dat moment niet is besmet met het virus SARS-CoV-2;
d. de datum en het tijdstip van de afname van de test;
e. een logo of kenmerk van een instituut of arts waar of door wie de test is afgenomen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. reizigers met opstap en eindbestemming binnen Nederland;
b. reizigers in een trein anders dan een intercity;
c. reizigers in een bus die regionaal openbaar vervoer verricht;
d. personen tot en met elf jaar;
e. grenswerkers, grensstudenten en grensscholieren;
f. houders van een door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verstrekte diplomatieke identiteitskaart;
g. personeelsleden van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen of internationale organisaties in Nederland, en de leden van hun officiële huishouden, die als zodanig zijn of worden geregistreerd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
h. staatshoofden en leden van een buitenlandse regering;
i. personen werkzaam in het transport van goederen en ander transportpersoneel, voor zover noodzakelijk en op het moment dat zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op reizigers die geïnfecteerd zijn geweest met het virus SARS-CoV-2, mits de reiziger kan tonen aan de aanbieder van het vervoer en aan de toezichthouder:
a. een op hem betrekking hebbende positieve uitslag van een NAAT-test van minimaal elf en maximaal honderdtachtig dagen oud op het moment van aankomst in Nederland;
b. een op hem betrekking hebbende positieve uitslag van een NAAT-test van maximaal achtenveertig uur oud of van een antigeentest van maximaal vierentwintig uur oud op het moment van het aan boord gaan; en
c. een op hem betrekking hebbende negatieve uitslag van een antigeentest van maximaal vierentwintig uur oud op het moment van het aan boord gaan dan wel een op hem betrekking hebbende verklaring van een arts van maximaal achtenveertig uur oud op het moment van het aan boord gaan, waarin is vermeld dat hij niet meer besmettelijk is.
5. Een testuitslag als bedoeld in het vierde lid bevat:
a. gegevens waardoor valt te herleiden wie de persoon is die is getest;
b. de in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans vermelde conclusie van de testuitslag;
c. een logo of kenmerk van een instituut of arts.
2. Een negatieve testuitslag bevat:
a. gegevens waardoor valt te herleiden wie de persoon is die is getest;
b. de uitslag van een antigeentest of een NAAT-test;
c. de in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans vermelde conclusie dat de geteste persoon op dat moment niet is besmet met het virus SARS-CoV-2;
d. de datum en het tijdstip van de afname van de test;
e. een logo of kenmerk van een instituut of arts waar of door wie de test is afgenomen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. reizigers met opstap en eindbestemming binnen Nederland;
b. reizigers in een trein anders dan een intercity;
c. reizigers in een bus die regionaal openbaar vervoer verricht;
d. personen tot en met elf jaar;
e. grenswerkers, grensstudenten en grensscholieren;
f. houders van een door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verstrekte diplomatieke identiteitskaart;
g. personeelsleden van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen of internationale organisaties in Nederland, en de leden van hun officiële huishouden, die als zodanig zijn of worden geregistreerd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
h. staatshoofden en leden van een buitenlandse regering;
i. personen werkzaam in het transport van goederen en ander transportpersoneel, voor zover noodzakelijk en op het moment dat zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op reizigers die geïnfecteerd zijn geweest met het virus SARS-CoV-2, mits de reiziger kan tonen aan de aanbieder van het vervoer en aan de toezichthouder:
a. een op hem betrekking hebbende positieve uitslag van een NAAT-test van minimaal elf en maximaal honderdtachtig dagen oud op het moment van aankomst in Nederland;
b. een op hem betrekking hebbende positieve uitslag van een NAAT-test van maximaal achtenveertig uur oud of van een antigeentest van maximaal vierentwintig uur oud op het moment van het aan boord gaan; en
c. een op hem betrekking hebbende negatieve uitslag van een antigeentest van maximaal vierentwintig uur oud op het moment van het aan boord gaan dan wel een op hem betrekking hebbende verklaring van een arts van maximaal achtenveertig uur oud op het moment van het aan boord gaan, waarin is vermeld dat hij niet meer besmettelijk is.
5. Een testuitslag als bedoeld in het vierde lid bevat:
a. gegevens waardoor valt te herleiden wie de persoon is die is getest;
b. de in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans vermelde conclusie van de testuitslag;
c. een logo of kenmerk van een instituut of arts.