BWBR0044416
Geldig vanaf 2021-12-19
Artikel 6.31a
Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
1. Op verzoek van de gevaccineerde persoon, gedaan met een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde applicatie, gaat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van een elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs op basis van een verklaring van vaccinatie na of het RIVM in het COVID-vaccinatie Informatie- en Monitoringsysteem beschikt over gegevens met betrekking tot diens vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 en zo nee, wie die persoon een vaccinatie tegen dat virus heeft toegediend.
2. Het RIVM of, indien het RIVM niet beschikt over de gegevens, de toediener van de vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 verstrekt op verzoek van de gevaccineerde persoon, gedaan met een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde applicatie, ten behoeve van een elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs op basis van een verklaring van vaccinatie de volgende gegevens:
a. de naam en de geboortedatum van de gevaccineerde persoon;
b. de merknaam en de naam van de fabrikant van elk vaccin dat is toegediend;
c. de datum van toediening van elk vaccin dat is toegediend;
d. indien van toepassing, de bevestiging van een positieve testuitslag.
3. Ter uitvoering van het verzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, worden de volgende gegevens van de gevaccineerde persoon verwerkt:
a. zijn naam en geboortedatum;
b. zijn burgerservicenummer.
4. De gevaccineerde persoon kan met de gegevens, bedoeld in het tweede lid, door middel van:
a. de applicatie, bedoeld in artikel 58re, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet een elektronisch coronatoegangsbewijs aanmaken;
b. een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde webapplicatie een coronatoegangsbewijs aanmaken om op papier af te drukken.
5. Bij de uitvoering van de voorgaande leden en het gebruik van de in het vorige lid bedoelde applicatie wordt het IP-adres verwerkt dat de gevaccineerde persoon gebruikt.
6. De toediener van de vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 dan wel, indien het een in het buitenland toegediende vaccinatie tegen dat virus betreft, de persoon of organisatie die op grond van artikel 6ba van de wetis aangewezen om vaccinatiecertificaten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van verordening (EU) 2021/953van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren (PbEU 2021, L 211/1) af te geven, verstrekt op verzoek van de gevaccineerde persoon met de gegevens, bedoeld in het tweede lid een coronatoegangsbewijs op basis van een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 op papier door de daarvoor benodigde persoonsgegevens te verwerken met een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde portalapplicatie.
7. Het verzoek, bedoeld in het zesde lid, met betrekking tot een in het buitenland toegediende vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2:
a. kan worden gedaan door een in het Europese deel van Nederland of in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woonachtige betrokkene of door een in het buitenland woonachtige betrokkene met de Nederlandse nationaliteit;
b. wordt in persoon gedaan, waarbij betrokkene zich legitimeert aan de hand van een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES;
c. gaat vergezeld van een betrouwbaar vaccinatiebewijs waarop in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans de gegevens, bedoeld in het tweede lid, zijn vermeld en dat is voorzien van een logo of kenmerk van een instituut of arts; en
d. betreft een vaccinatie die op het moment van het verzoek voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 6.29, tweede lid, onder b, onder 1° en 2°, onder c, onder 1°en 2°, en onder d.
8. Een coronatoegangsbewijs op basis van een in het buitenland toegediende vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 wordt uitsluitend verstrekt voor een vaccin dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen, het Europees Medicijn Agentschap of de Wereldgezondheidsorganisatie.
9. Een coronatoegangsbewijs op papier op basis van een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 kan voorts op telefonisch of schriftelijk verzoek van de gevaccineerde persoon per post worden verstrekt door het agentschap Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport door de daarvoor benodigde persoonsgegevens te verwerken met een portalapplicatie, indien:
a. de gevaccineerde persoon identificerende persoonsgegevens kan verstrekken;
b. de daarvoor benodigde gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d, beschikbaar zijn gesteld door de toediener van de vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2; en
c. de gevaccineerde persoon is ingeschreven in de basisregistratie personen.
10. Indien bij het aanmaken van een coronatoegangsbewijs op basis van een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 met de applicatie, bedoeld in artikel 58re, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wetof met de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde webapplicatie of portalapplicatie uit raadpleging van persoonsgegevens waarover de gemeentelijke gezondheidsdienst beschikt uit hoofde van de uitvoering van testen op infectie met het virus SARS-CoV-2 of de registratie van infecties met dat virus blijkt dat de gevaccineerde persoon geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2, wordt de vaccinatie reeds als voltooid aangemerkt na toediening van één vaccin indien de vaccinatie uit twee vaccins bestaat.
11. De beheerder en de toezichthouder kunnen de gegevens, bedoeld in artikel 6.28, onder b, door middel van de applicatie, bedoeld in artikel 58re, derde lid, van de wetverwerken om te zien of het elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs geldig is en zo ja, wat de gegevens zijn, bedoeld in artikel 6.28, onder b, onder 1°.
2. Het RIVM of, indien het RIVM niet beschikt over de gegevens, de toediener van de vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 verstrekt op verzoek van de gevaccineerde persoon, gedaan met een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde applicatie, ten behoeve van een elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs op basis van een verklaring van vaccinatie de volgende gegevens:
a. de naam en de geboortedatum van de gevaccineerde persoon;
b. de merknaam en de naam van de fabrikant van elk vaccin dat is toegediend;
c. de datum van toediening van elk vaccin dat is toegediend;
d. indien van toepassing, de bevestiging van een positieve testuitslag.
3. Ter uitvoering van het verzoek, bedoeld in het eerste of tweede lid, worden de volgende gegevens van de gevaccineerde persoon verwerkt:
a. zijn naam en geboortedatum;
b. zijn burgerservicenummer.
4. De gevaccineerde persoon kan met de gegevens, bedoeld in het tweede lid, door middel van:
a. de applicatie, bedoeld in artikel 58re, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet een elektronisch coronatoegangsbewijs aanmaken;
b. een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde webapplicatie een coronatoegangsbewijs aanmaken om op papier af te drukken.
5. Bij de uitvoering van de voorgaande leden en het gebruik van de in het vorige lid bedoelde applicatie wordt het IP-adres verwerkt dat de gevaccineerde persoon gebruikt.
6. De toediener van de vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 dan wel, indien het een in het buitenland toegediende vaccinatie tegen dat virus betreft, de persoon of organisatie die op grond van artikel 6ba van de wetis aangewezen om vaccinatiecertificaten als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van verordening (EU) 2021/953van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2021 betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren (PbEU 2021, L 211/1) af te geven, verstrekt op verzoek van de gevaccineerde persoon met de gegevens, bedoeld in het tweede lid een coronatoegangsbewijs op basis van een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 op papier door de daarvoor benodigde persoonsgegevens te verwerken met een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde portalapplicatie.
7. Het verzoek, bedoeld in het zesde lid, met betrekking tot een in het buitenland toegediende vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2:
a. kan worden gedaan door een in het Europese deel van Nederland of in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woonachtige betrokkene of door een in het buitenland woonachtige betrokkene met de Nederlandse nationaliteit;
b. wordt in persoon gedaan, waarbij betrokkene zich legitimeert aan de hand van een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES;
c. gaat vergezeld van een betrouwbaar vaccinatiebewijs waarop in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans de gegevens, bedoeld in het tweede lid, zijn vermeld en dat is voorzien van een logo of kenmerk van een instituut of arts; en
d. betreft een vaccinatie die op het moment van het verzoek voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 6.29, tweede lid, onder b, onder 1° en 2°, onder c, onder 1°en 2°, en onder d.
8. Een coronatoegangsbewijs op basis van een in het buitenland toegediende vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 wordt uitsluitend verstrekt voor een vaccin dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen, het Europees Medicijn Agentschap of de Wereldgezondheidsorganisatie.
9. Een coronatoegangsbewijs op papier op basis van een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 kan voorts op telefonisch of schriftelijk verzoek van de gevaccineerde persoon per post worden verstrekt door het agentschap Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport door de daarvoor benodigde persoonsgegevens te verwerken met een portalapplicatie, indien:
a. de gevaccineerde persoon identificerende persoonsgegevens kan verstrekken;
b. de daarvoor benodigde gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met d, beschikbaar zijn gesteld door de toediener van de vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2; en
c. de gevaccineerde persoon is ingeschreven in de basisregistratie personen.
10. Indien bij het aanmaken van een coronatoegangsbewijs op basis van een vaccinatie tegen het virus SARS-CoV-2 met de applicatie, bedoeld in artikel 58re, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wetof met de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beschikbaar gestelde webapplicatie of portalapplicatie uit raadpleging van persoonsgegevens waarover de gemeentelijke gezondheidsdienst beschikt uit hoofde van de uitvoering van testen op infectie met het virus SARS-CoV-2 of de registratie van infecties met dat virus blijkt dat de gevaccineerde persoon geïnfecteerd is geweest met het virus SARS-CoV-2, wordt de vaccinatie reeds als voltooid aangemerkt na toediening van één vaccin indien de vaccinatie uit twee vaccins bestaat.
11. De beheerder en de toezichthouder kunnen de gegevens, bedoeld in artikel 6.28, onder b, door middel van de applicatie, bedoeld in artikel 58re, derde lid, van de wetverwerken om te zien of het elektronisch of schriftelijk coronatoegangsbewijs geldig is en zo ja, wat de gegevens zijn, bedoeld in artikel 6.28, onder b, onder 1°.