BWBR0044416
Geldig vanaf 2021-12-19
Artikel 6.22
Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
1. De aanbieder van ander bedrijfsmatig personenvervoer, voor zover sprake is van vervoer met een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 16 van de Luchtvaartwet, draagt er zorg voor dat alleen vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, indien een persoon, komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zeer hoogrisicogebied, een papieren verklaring of een bevestiging van een digitaal ingevulde verklaring als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, alsmede, voor zover van toepassing, het in artikel 6.21, eerste lid, voorgeschreven document, aan de aanbieder van het vervoer en aan een toezichthouder kan tonen.
2. De aanbieder van ander bedrijfsmatig personenvervoer, voor zover sprake is van het aanbieden van personenvervoer met of zonder een dienstregeling per veerboot, passagiersschip, of vrachtschip dat maximaal twaalf passagiers vervoert, draagt er zorg voor dat alleen vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, indien een persoon, komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zeer hoogrisicogebied, een papieren verklaring of een bevestiging van een digitaal ingevulde verklaring als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, alsmede, voor zover van toepassing, het in artikel 6.21, eerste lid, voorgeschreven document, aan de aanbieder van het vervoer en aan een toezichthouder kan tonen.
2. De aanbieder van ander bedrijfsmatig personenvervoer, voor zover sprake is van het aanbieden van personenvervoer met of zonder een dienstregeling per veerboot, passagiersschip, of vrachtschip dat maximaal twaalf passagiers vervoert, draagt er zorg voor dat alleen vervoer wordt aangeboden, toegang daartoe wordt verschaft en gebruik daarvan wordt toegestaan, indien een persoon, komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zeer hoogrisicogebied, een papieren verklaring of een bevestiging van een digitaal ingevulde verklaring als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, alsmede, voor zover van toepassing, het in artikel 6.21, eerste lid, voorgeschreven document, aan de aanbieder van het vervoer en aan een toezichthouder kan tonen.