BWBR0044416
Geldig vanaf 2021-12-19
Artikel 6.23
Tijdelijke regeling maatregelen covid-19
1. Een persoon als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, die gebruik maakt van ander bedrijfsmatig personenvervoer, voor zover sprake is van vervoer met een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 16 van de Luchtvaartwetof van personenvervoer met of zonder een dienstregeling per veerboot of passagiersschip, verstrekt de papieren verklaring, bedoeld in artikel 6.20, vierde lid, op verzoek aan de aanbieder van dat personenvervoer of een toezichthouder.
2. Een aanbieder van personenvervoer als bedoeld in het eerste lid, neemt de papieren verklaring, bedoeld in het eerste lid, in en verstrekt deze verklaring aan de voorzitter van de veiligheidsregio.
3. Een toezichthouder of de voorzitter van de veiligheidsregio verstrekt een verklaring als bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid op verzoek aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
4. Indien een verklaring niet behoeft te worden verstrekt aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als bedoeld in het derde lid, vernietigt de toezichthouder respectievelijk de voorzitter van de veiligheidsregio onverwijld die verklaring.
5. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op personen die werkzaam zijn in het in dat lid bedoelde personenvervoer als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen.
2. Een aanbieder van personenvervoer als bedoeld in het eerste lid, neemt de papieren verklaring, bedoeld in het eerste lid, in en verstrekt deze verklaring aan de voorzitter van de veiligheidsregio.
3. Een toezichthouder of de voorzitter van de veiligheidsregio verstrekt een verklaring als bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid op verzoek aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
4. Indien een verklaring niet behoeft te worden verstrekt aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als bedoeld in het derde lid, vernietigt de toezichthouder respectievelijk de voorzitter van de veiligheidsregio onverwijld die verklaring.
5. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op personen die werkzaam zijn in het in dat lid bedoelde personenvervoer als zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen.