1. De persoon, komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen hoogrisicogebied of zeer hoogrisicogebied, die gebruikmaakt van bedrijfsmatig personenvervoer als bedoeld in
artikel 58p van de wet, beschikt bij de toegang tot het vervoermiddel en tijdens het vervoer over een op hem betrekking hebbende negatieve testuitslag van een NAAT-test die maximaal achtenveertig uur of, met uitzondering van reizigers komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zeer hoogrisicogebied, van een antigeentest die maximaal vierentwintig uur voor het moment van het aan boord gaan van een vervoermiddel is uitgevoerd en toont die testuitslag op verzoek aan de aanbieder van dat personenvervoer en een toezichthouder.
2. De persoon, komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen hoogrisicogebied of zeer hoogrisicogebied, die anders dan met gebruikmaking van bedrijfsmatig personenvervoer als bedoeld in
artikel 58p van de wet, Nederland inreist, beschikt bij inreis over een op hem betrekking hebbende negatieve testuitslag van een NAAT-test die maximaal achtenveertig uur of, met uitzondering van reizigers komend vanuit een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zeer hoogrisicogebied, van een antigeentest die maximaal vierentwintig uur voor het moment van het aan boord gaan van een vervoermiddel is uitgevoerd en toont die testuitslag op verzoek aan een toezichthouder.
3. Een negatieve testuitslag bevat:
a. gegevens waardoor valt te herleiden wie de persoon is die is getest;
b. de uitslag van een antigeentest of een NAAT-test;
c. de in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans vermelde conclusie dat de geteste persoon op dat moment niet is besmet met het virus SARS-CoV-2;
d. de datum en het tijdstip van de afname van de test;
e. een logo of kenmerk van een instituut of arts waar of door wie de test is afgenomen.
4. Ingeval van een persoon als bedoeld in artikel 6.7c, eerste of tweede lid, dient hij tevens te beschikken over een negatieve testuitslag als bedoeld in het desbetreffende lid.
5. De persoon, bedoeld in het eerste en tweede lid, bewaart de negatieve testuitslag tot het bereiken van het woonadres of het opgegeven adres van een verblijfplaats in Nederland, diens reisbestemming in Nederland dan wel het moment van uitreis uit Nederland.
6. De verplichting om over een negatieve testuitslag te beschikken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet van toepassing op:
a. personen tot en met elf jaar;
b. grenswerkers, grensstudenten en grensscholieren;
c. houders van een door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verstrekte diplomatieke identiteitskaart;
d. personeelsleden van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen of internationale organisaties in Nederland, en de leden van hun officiële huishouden, die als zodanig zijn of worden geregistreerd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
e. staatshoofden en leden van een buitenlandse regering;
f. personen werkzaam in het transport van goederen en ander transportpersoneel, voor zover noodzakelijk en op het moment dat zij in de uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen;
g. zeevarenden op andere schepen dan commerciële jachten met een lengte van minder dan vierentwintig meter en pleziervaartuigen in het bezit van een monsterboekje als zij in uitoefening van hun functie reizen of als zij van of naar hun werkzaamheden reizen;
h. reizigers met een NATO Travel Order of een NATO-2-visum;
i. personen die reizen en geen negatieve testuitslag kunnen tonen in verband met urgent transport van lichaamsmaterialen ten behoeve van een medische behandeling;
j. personen die reizen en taken uitvoeren van nationaal belang in opdracht van de Minister of Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de eventuele personen die door deze personen worden begeleid;
k. personen die na inreis korter dan twaalf uur in Nederland zullen verblijven ingeval zij inreizen zonder gebruik te maken van bedrijfsmatig personenvervoer;
l. personen die korter dan twaalf uur in een aangewezen hoogrisicogebied, zeer hoogrisicogebied of uitzonderlijk hoogrisicogebied hebben verbleven of een noodzakelijke tussenstop hebben gemaakt waarbij het vervoermiddel slechts kort is verlaten of een overstap is gemaakt waarbij de overstapplaats niet is verlaten ingeval zij inreizen zonder gebruik te maken van bedrijfsmatig personenvervoer;
m. personen die werkzaamheden verrichten gerelateerd aan de gereedstelling of daadwerkelijke inzet van personeel ingedeeld bij Defensie, personeel ingedeeld bij Defensie dat een noodzakelijke korte opleiding moet volgen of experts noodzakelijk voor het functioneren van de krijgsmacht;
n. reizigers die gebruikmaken van regionaal grensoverschrijdend personenvervoer;
o. personen die gebruikmaken van bedrijfsmatig personenvervoer die Nederland niet als eindbestemming hebben: 1° die wegens onvoorziene omstandigheden naar een Nederlandse luchthaven moeten uitwijken; of
2° die de overstapplaats niet verlaten;
1° die wegens onvoorziene omstandigheden naar een Nederlandse luchthaven moeten uitwijken; of
2° die de overstapplaats niet verlaten;
p. personen die op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PbEU 2013, L 180), door een andere lidstaat van de Europese Unie aan de Nederlandse Staat worden overgedragen, met inachtneming van de tussen de Nederlandse Staat en de andere lidstaat van de Europese Unie hierover gemaakte bilaterale afspraken, en de personen die deze personen begeleiden;
q. personen met rechtmatig verblijf in Nederland ten aanzien van wie de Nederlandse Staat gehouden is om hen na overbrenging vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie toegang te verlenen, met inachtneming van de tussen de Nederlandse Staat en de andere lidstaat van de Europese Unie hierover gemaakte bilaterale afspraken, en de personen die deze personen begeleiden.
7. Indien het vervoer van een persoon buiten diens schuld om vertraagd is, wordt de termijn van de test, als bedoeld in het eerste en tweede lid verlengd met vierentwintig uur.
8. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op reizigers die geïnfecteerd zijn geweest met het virus SARS-CoV-2, mits de reiziger kan tonen aan de toezichthouder of de aanbieder van personenvervoer:
a. een op hem betrekking hebbende positieve uitslag van een NAAT-test van minimaal elf en maximaal honderdtachtig dagen oud op het moment van aankomst of inreis in Nederland;
b. een op hem betrekking hebbende positieve uitslag van een NAAT-test van maximaal achtenveertig uur oud of van een antigeentest van maximaal vierentwintig uur oud op het moment van het aan boord gaan; en
c. een op hem betrekking hebbende negatieve uitslag van een antigeentest van maximaal vierentwintig uur oud op het moment van aankomst in Nederland, dan wel een op hem betrekking hebbende verklaring van een arts van maximaal achtenveertig uur oud op het moment van het aan boord gaan, waarin is vermeld dat hij niet meer besmettelijk is.
9. Een testuitslag als bedoeld in het achtste lid bevat:
a. gegevens waardoor valt te herleiden wie de persoon is die is getest;
b. de in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans vermelde conclusie van de testuitslag;
c. een logo of kenmerk van een instituut of arts.