BWBR0045651
Geldig vanaf 2022-08-22
Artikel 9
Tijdelijk besluit DCC
1. De gemeentelijke gezondheidsdiensten, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de wet, in de regio’s Utrecht, Groningen, Rotterdam-Rijnmond, Twente, en Amsterdam-Amstelland, genoemd in de bijlage, bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba kunnen op verzoek van betrokkene met een portalapplicatie een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening op papier verstrekken en de daarvoor noodzakelijke persoonsgegevens verwerken.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid:
a. kan worden gedaan door een in het Europese deel van Nederland of in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woonachtige betrokkene of door een in een derde land woonachtige betrokkene met de Nederlandse nationaliteit;
b. wordt in persoon of op een bij ministeriele regeling te bepalen wijze onder daarbij te stellen voorwaarden gedaan, waarbij betrokkene zich legitimeert aan de hand van een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES; en
c. gaat vergezeld van een betrouwbaar vaccinatiebewijs waarop in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans de in een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening op te nemen persoonsgegevens zijn vermeld en dat is voorzien van een logo of kenmerk van een instituut of arts.
3. Een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening wordt uitsluitend verstrekt voor een vaccin dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen, het Europees Medicijn Agentschap of de Wereldgezondheidsorganisatie of voor een vaccin dat bij ministeriële regeling is aangewezen.
4. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid:
a. kan worden gedaan door een in het Europese deel van Nederland of in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woonachtige betrokkene of door een in een derde land woonachtige betrokkene met de Nederlandse nationaliteit;
b. wordt in persoon of op een bij ministeriele regeling te bepalen wijze onder daarbij te stellen voorwaarden gedaan, waarbij betrokkene zich legitimeert aan de hand van een geldig identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES; en
c. gaat vergezeld van een betrouwbaar vaccinatiebewijs waarop in het Nederlands, Engels, Duits, Frans, Italiaans, Portugees of Spaans de in een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening op te nemen persoonsgegevens zijn vermeld en dat is voorzien van een logo of kenmerk van een instituut of arts.
3. Een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening wordt uitsluitend verstrekt voor een vaccin dat is goedgekeurd door het College ter beoordeling van geneesmiddelen, het Europees Medicijn Agentschap of de Wereldgezondheidsorganisatie of voor een vaccin dat bij ministeriële regeling is aangewezen.
4. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een vaccinatiecertificaat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening.