BWBR0040610
Geldig vanaf 2018-02-09
Artikel 5
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat
1. Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal staat onder leiding van de directeur-generaal Milieu en Internationaal.
2. Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie;
b. de directie Internationaal;
c. de directie Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s; en
d. het stafbureau directoraat-generaal Milieu en Internationaal.
3. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van een afdelingshoofd. Onder de dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, ressorteren tevens afdelingshoofden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Milieu en Internationaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 4, 6en 7, en de directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren en de afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Milieu en Internationaal.
8. Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal heeft tot doel de zorg voor een gezonde en veilige leefomgeving alsmede het beheer van schaarse hulpbronnen en milieuruimte. Daarmee hebben het directoraat-generaal Milieu en Internationaal en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
a. de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. transitie naar een circulaire economie door: i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
2°. luchtkwaliteit en geluidhinder; en
3°. luchtemissies industrie;
1°. transitie naar een circulaire economie door: i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
2°. luchtkwaliteit en geluidhinder; en
3°. luchtemissies industrie;
b. de directie Internationaal: 1°. advisering ten behoeve van de bewindspersoon en de ambtelijke leiding op het terrein van internationale strategie en beleidsvorming;
2°. het verbinden van de internationale context met de nationale beleidsontwikkelingen;
3°. het waarborgen van de kwaliteit en coherentie van het beleid van het ministerie in het internationale veld; en
4°. het coördineren en regisseren van de internationale functie binnen het ministerie;
1°. advisering ten behoeve van de bewindspersoon en de ambtelijke leiding op het terrein van internationale strategie en beleidsvorming;
2°. het verbinden van de internationale context met de nationale beleidsontwikkelingen;
3°. het waarborgen van de kwaliteit en coherentie van het beleid van het ministerie in het internationale veld; en
4°. het coördineren en regisseren van de internationale functie binnen het ministerie;
c. de directie Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s: 1°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot omgevingsveiligheid en milieurisico’s op het gebied van: i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
2°. het coördineren van activiteiten met betrekking tot de relatie tussen milieubeleid en nucleaire veiligheid; en
1°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot omgevingsveiligheid en milieurisico’s op het gebied van: i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
2°. het coördineren van activiteiten met betrekking tot de relatie tussen milieubeleid en nucleaire veiligheid; en
d. het stafbureau directoraat-generaal Milieu en Internationaal: het ondersteunen van het directoraat-generaal Milieu en Internationaal.
2. Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie;
b. de directie Internationaal;
c. de directie Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s; en
d. het stafbureau directoraat-generaal Milieu en Internationaal.
3. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, staan onder leiding van een directeur. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van een afdelingshoofd. Onder de dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a, b en c, ressorteren tevens afdelingshoofden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Milieu en Internationaal zijn de directeuren-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Mobiliteit en Water en Bodem, bedoeld in de artikelen 4, 6en 7, en de directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren en de afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Milieu en Internationaal.
8. Het directoraat-generaal Milieu en Internationaal heeft tot doel de zorg voor een gezonde en veilige leefomgeving alsmede het beheer van schaarse hulpbronnen en milieuruimte. Daarmee hebben het directoraat-generaal Milieu en Internationaal en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
a. de directie Duurzame Leefomgeving en Circulaire Economie: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: 1°. transitie naar een circulaire economie door: i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
2°. luchtkwaliteit en geluidhinder; en
3°. luchtemissies industrie;
1°. transitie naar een circulaire economie door: i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
i. het vitaal houden van het natuurlijk kapitaal;
ii. het verduurzamen van afval- en grondstoffenbeleid; en
iii. het versterken van een op de transitie gericht instrumentarium;
2°. luchtkwaliteit en geluidhinder; en
3°. luchtemissies industrie;
b. de directie Internationaal: 1°. advisering ten behoeve van de bewindspersoon en de ambtelijke leiding op het terrein van internationale strategie en beleidsvorming;
2°. het verbinden van de internationale context met de nationale beleidsontwikkelingen;
3°. het waarborgen van de kwaliteit en coherentie van het beleid van het ministerie in het internationale veld; en
4°. het coördineren en regisseren van de internationale functie binnen het ministerie;
1°. advisering ten behoeve van de bewindspersoon en de ambtelijke leiding op het terrein van internationale strategie en beleidsvorming;
2°. het verbinden van de internationale context met de nationale beleidsontwikkelingen;
3°. het waarborgen van de kwaliteit en coherentie van het beleid van het ministerie in het internationale veld; en
4°. het coördineren en regisseren van de internationale functie binnen het ministerie;
c. de directie Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s: 1°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot omgevingsveiligheid en milieurisico’s op het gebied van: i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
2°. het coördineren van activiteiten met betrekking tot de relatie tussen milieubeleid en nucleaire veiligheid; en
1°. het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot omgevingsveiligheid en milieurisico’s op het gebied van: i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
i. vervoer van gevaarlijke stoffen via weg, water, spoor en buisleidingen en door tunnels;
ii. gevaarlijke stoffen en nieuwe risico’s, waaronder chemische stoffen, nanodeeltjes, genetisch gemodificeerde organismen en asbest;
iii. gevaarlijke stoffen in risicovolle bedrijven en de omgeving daarvan; en
iv. biociden en gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw; en
2°. het coördineren van activiteiten met betrekking tot de relatie tussen milieubeleid en nucleaire veiligheid; en
d. het stafbureau directoraat-generaal Milieu en Internationaal: het ondersteunen van het directoraat-generaal Milieu en Internationaal.