BWBR0040610
Geldig vanaf 2018-02-09
Artikel 32
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat
1. Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, dient te geschieden op briefpapier van het ministerie met het hoofd:
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
2. In geval van mandaat, ondermandaat of machtiging luidt de ondertekening:
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
namens deze,
gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.
3. In geval van volmacht luidt de ondertekening:
NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
namens deze,
gevolgd door de aanduiding van de gevolmachtigde functionaris.
4. In geval van mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging voor een aangelegenheid die behoort tot de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, wordt de in het tweede onderscheidenlijk derde lid voorgeschreven vermelding van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vervangen door:
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.
5. In geval van ondertekeningsmandaat, bedoeld in artikel 23, wordt vermeld dat het document wordt ondertekend overeenkomstig het door de bewindspersoon, secretaris-generaal of bevoegde functionaris zelf genomen besluit.
6. In geval van plaatsvervanging overeenkomstig dit besluit bevat de ondertekening zowel een aanduiding van de plaatsvervanger als de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.
7. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bevoegdheden betreffende de ambtelijke rechtspositie.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
2. In geval van mandaat, ondermandaat of machtiging luidt de ondertekening:
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
namens deze,
gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.
3. In geval van volmacht luidt de ondertekening:
NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
namens deze,
gevolgd door de aanduiding van de gevolmachtigde functionaris.
4. In geval van mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging voor een aangelegenheid die behoort tot de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, wordt de in het tweede onderscheidenlijk derde lid voorgeschreven vermelding van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vervangen door:
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.
5. In geval van ondertekeningsmandaat, bedoeld in artikel 23, wordt vermeld dat het document wordt ondertekend overeenkomstig het door de bewindspersoon, secretaris-generaal of bevoegde functionaris zelf genomen besluit.
6. In geval van plaatsvervanging overeenkomstig dit besluit bevat de ondertekening zowel een aanduiding van de plaatsvervanger als de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.
7. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op bevoegdheden betreffende de ambtelijke rechtspositie.