BWBR0040610
Geldig vanaf 2018-02-09
Artikel 12d
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat
1. De directie Uitvoering en Decentraal Advies en Control staat onder leiding van de directeur Uitvoering en Decentraal Advies en Control en bestaat uit de volgende directies:
a. de directie Financiën en Inkoop;
b. de directie Informatie en Exploitatie; en
c. de directie Organisatie en Personeel.
2. De directies, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, staan onder leiding van een directeur. De directies bestaan uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd.
3. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Uitvoering en Decentraal Advies en Control, zijn de directeuren van de directies, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Uitvoering en Decentraal Advies en Control.
5. De directies, genoemd in het eerste lid, hebben de volgende taken:
a. de directie Financiën en Inkoop: het verzorgen van dienstverlening en advies op het gebied van financiën en inkoop, waaronder het betaalproces, control, administratie, Europese aanbestedingen en andere inkooptrajecten;
b. de directie Informatie en Exploitatie: het verzorgen van dienstverlening, advies en control op het gebied van informatievoorziening, ICT-toepassingen en documentair informatiemanagement; en
c. de directie Organisatie en Personeel: het verzorgen van dienstverlening, advies en control op het gebied van human resource management, waaronder de organisatieontwikkeling en personeels- en salarisadministratie, en facilitair management en huisvesting.
a. de directie Financiën en Inkoop;
b. de directie Informatie en Exploitatie; en
c. de directie Organisatie en Personeel.
2. De directies, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, staan onder leiding van een directeur. De directies bestaan uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd.
3. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Uitvoering en Decentraal Advies en Control, zijn de directeuren van de directies, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Uitvoering en Decentraal Advies en Control.
5. De directies, genoemd in het eerste lid, hebben de volgende taken:
a. de directie Financiën en Inkoop: het verzorgen van dienstverlening en advies op het gebied van financiën en inkoop, waaronder het betaalproces, control, administratie, Europese aanbestedingen en andere inkooptrajecten;
b. de directie Informatie en Exploitatie: het verzorgen van dienstverlening, advies en control op het gebied van informatievoorziening, ICT-toepassingen en documentair informatiemanagement; en
c. de directie Organisatie en Personeel: het verzorgen van dienstverlening, advies en control op het gebied van human resource management, waaronder de organisatieontwikkeling en personeels- en salarisadministratie, en facilitair management en huisvesting.