BWBR0040610
Geldig vanaf 2018-02-09
Artikel 21
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat
1. Aan de diensthoofden wordt mandaat verleend ten aanzien van alle bevoegdheden die behoren bij de uitoefening van de taken van hun dienst, genoemd in paragraaf 2.3, dan wel in overige wet- en regelgeving, waaronder mede begrepen het bepalen van beleid, het uitvoeren van het beleid en de bedrijfsvoering van de dienst, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 24 tot en met 26.
2. Een diensthoofd kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan:
a. een onder hem ressorterend dienstonderdeelhoofd;
b. een andere onder hem ressorterende functionaris; en
c. een niet onder zijn dienst ressorterend dienstonderdeelhoofd of functionaris, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.
3. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het tweede lid, onder a, bepalen dat het dienstonderdeelhoofd ondermandaat kan verlenen aan een onder de directeur-generaal Rijkswaterstaat ressorterende functionaris.
4. De directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.
2. Een diensthoofd kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan:
a. een onder hem ressorterend dienstonderdeelhoofd;
b. een andere onder hem ressorterende functionaris; en
c. een niet onder zijn dienst ressorterend dienstonderdeelhoofd of functionaris, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.
3. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het tweede lid, onder a, bepalen dat het dienstonderdeelhoofd ondermandaat kan verlenen aan een onder de directeur-generaal Rijkswaterstaat ressorterende functionaris.
4. De directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.