BWBR0040610
Geldig vanaf 2018-02-09
Artikel 16
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat
1. Het Planbureau voor de Leefomgeving staat onder leiding van de directeur Planbureau voor de Leefomgeving.
2. Onder de directeur Planbureau voor de Leefomgeving ressorteert de plaatsvervangend directeur Planbureau voor de Leefomgeving.
3. Het Planbureau voor de Leefomgeving bestaat uit sectoren en stafbureaus die onder leiding staan van sectorhoofden en hoofden stafbureaus.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Planbureau voor de Leefomgeving is de plaatsvervangend directeur Planbureau voor de Leefomgeving bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Planbureau voor de Leefomgeving.
6. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft op het gebied van het milieu, de natuur en de ruimte de volgende taken:
a. het verkennen en signaleren van relevante maatschappelijke ontwikkelingen;
b. het monitoren en analyseren van ontwikkelingen;
c. het analyseren van relevant beleid en van besluitvormingsprocessen met betrekking tot dat beleid;
d. het maken van prognoses en toekomstverkenningen; en
e. het ontwikkelen van beleidsvarianten en scenario’s.
7. Het Planbureau voor de Leefomgeving kan door tussenkomst van de bewindspersoon op verzoek van de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de door deze gevraagde werkzaamheden verrichten.
8. Het Planbureau voor de Leefomgeving voert de taken en werkzaamheden, genoemd in het zesde en zevende lid, uit op basis van een door de bewindspersoon vastgesteld protocol en vervaardigt ten behoeve van die taken en werkzaamheden in ieder geval een maal per twee jaar een Balans voor de Leefomgeving, waarin een actueel beeld van de kwaliteit van de leefomgeving wordt gegeven, mede in relatie tot het gevoerde beleid.
2. Onder de directeur Planbureau voor de Leefomgeving ressorteert de plaatsvervangend directeur Planbureau voor de Leefomgeving.
3. Het Planbureau voor de Leefomgeving bestaat uit sectoren en stafbureaus die onder leiding staan van sectorhoofden en hoofden stafbureaus.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Planbureau voor de Leefomgeving is de plaatsvervangend directeur Planbureau voor de Leefomgeving bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Planbureau voor de Leefomgeving.
6. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft op het gebied van het milieu, de natuur en de ruimte de volgende taken:
a. het verkennen en signaleren van relevante maatschappelijke ontwikkelingen;
b. het monitoren en analyseren van ontwikkelingen;
c. het analyseren van relevant beleid en van besluitvormingsprocessen met betrekking tot dat beleid;
d. het maken van prognoses en toekomstverkenningen; en
e. het ontwikkelen van beleidsvarianten en scenario’s.
7. Het Planbureau voor de Leefomgeving kan door tussenkomst van de bewindspersoon op verzoek van de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de door deze gevraagde werkzaamheden verrichten.
8. Het Planbureau voor de Leefomgeving voert de taken en werkzaamheden, genoemd in het zesde en zevende lid, uit op basis van een door de bewindspersoon vastgesteld protocol en vervaardigt ten behoeve van die taken en werkzaamheden in ieder geval een maal per twee jaar een Balans voor de Leefomgeving, waarin een actueel beeld van de kwaliteit van de leefomgeving wordt gegeven, mede in relatie tot het gevoerde beleid.