BWBR0034213
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 2.5
Uitvoeringsregeling stralingsbescherming
1. De melding, bedoeld in artikel 21 van het besluit, bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres van de locatie van de bron;
d. een omschrijving van de aan te melden bronnen:
e. de maximale hoogspanning, uitdrukt in kilovolt indien de bron een toestel is;
f. de radionuclide en de maximale activiteit, indien de bron een radioactieve stof is;
g. een omschrijving van de toepassing waarvoor de bron wordt gebruikt;
h. een verklaring dat de maximale effectieve dosis die een persoon per kalenderjaar buiten de locatie kan ontvangen ten gevolge van handelingen met die bron minder bedraagt dan 10 microsievert.
2. De verklaring, bedoelt in het eerste lid, onder h, kan worden vervangen door:
a. een opgave van de werkelijke maximale effectieve dosis en
b. informatie over de wijze waarop recht wordt gedaan aan artikel 5 van het besluit voor personen buiten de locatie.
3. De melding, bedoeld in artikel 22 van het besluitbevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres van de locatie van de bron;
d. een omschrijving van de afgemelde bronnen;
e. de maximale hoogspanning, uitdrukt in kilovolt indien de bron een toestel is;
f. de radionuclide en de maximale activiteit, indien de bron een radioactieve stof is;
g. indien van toepassing de wijze waarop de ondernemer zich van de bron ontdoet.
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres van de locatie van de bron;
d. een omschrijving van de aan te melden bronnen:
e. de maximale hoogspanning, uitdrukt in kilovolt indien de bron een toestel is;
f. de radionuclide en de maximale activiteit, indien de bron een radioactieve stof is;
g. een omschrijving van de toepassing waarvoor de bron wordt gebruikt;
h. een verklaring dat de maximale effectieve dosis die een persoon per kalenderjaar buiten de locatie kan ontvangen ten gevolge van handelingen met die bron minder bedraagt dan 10 microsievert.
2. De verklaring, bedoelt in het eerste lid, onder h, kan worden vervangen door:
a. een opgave van de werkelijke maximale effectieve dosis en
b. informatie over de wijze waarop recht wordt gedaan aan artikel 5 van het besluit voor personen buiten de locatie.
3. De melding, bedoeld in artikel 22 van het besluitbevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die de melding ondertekent;
b. de naam en het adres van de ondernemer;
c. het adres van de locatie van de bron;
d. een omschrijving van de afgemelde bronnen;
e. de maximale hoogspanning, uitdrukt in kilovolt indien de bron een toestel is;
f. de radionuclide en de maximale activiteit, indien de bron een radioactieve stof is;
g. indien van toepassing de wijze waarop de ondernemer zich van de bron ontdoet.