BWBR0012702
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 21
Besluit stralingsbescherming
1. De ondernemer die een handeling met een toestel of een radioactieve stof verricht, meldt dit ten minste drie weken voor aanvang van deze handeling aan de Autoriteit.
2. Deze verplichting geldt niet indien het een handeling betreft met:
a. een toestel of radioactieve stof waarvoor ingevolge dit besluit een vergunning is vereist;
b. een elektronenstraalbuis voor visuele beeldweergave;
c. een ander toestel dan bedoeld onder a of b met een maximale hoogspanning van niet meer dan 30 kV, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur;
d. een ander toestel dan bedoeld onder a, b of c, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door de Autoriteit is goedgekeurd op grond van bij verordening van de Autoriteit gestelde regels.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor handelingen met bronnen indien in de aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 23, eerste en tweede lid, 24, 25, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, eerste lid, dan wel in het jaarverslag behorende bij deze vergunning reeds melding is gedaan van de handelingen met deze bronnen.
2. Deze verplichting geldt niet indien het een handeling betreft met:
a. een toestel of radioactieve stof waarvoor ingevolge dit besluit een vergunning is vereist;
b. een elektronenstraalbuis voor visuele beeldweergave;
c. een ander toestel dan bedoeld onder a of b met een maximale hoogspanning van niet meer dan 30 kV, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur;
d. een ander toestel dan bedoeld onder a, b of c, dat onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter afstand van enig bereikbare buitenzijde van het toestel geen hoger omgevingsdosisequivalenttempo veroorzaakt dan 1 µSv per uur en dat behoort tot een type dat door de Autoriteit is goedgekeurd op grond van bij verordening van de Autoriteit gestelde regels.
3. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor handelingen met bronnen indien in de aanvraag om een vergunning voor een handeling als bedoeld in de artikelen 23, eerste en tweede lid, 24, 25, eerste lid, 35, eerste lid, en 37, eerste lid, dan wel in het jaarverslag behorende bij deze vergunning reeds melding is gedaan van de handelingen met deze bronnen.