BWBR0034213
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 5.4
Uitvoeringsregeling stralingsbescherming
1. De ondernemer controleert na het voor verlichtingsdoeleinden toevoegen van radioactieve stoffen aan aanwijsinstrumenten of deze aanwijsinstrumenten voldoen aan de bij of krachtens de artikelen 28of 29 van het besluitgestelde voorschriften en de krachtens artikel 5.3gestelde constructie-eisen.
2. De ondernemer tekent de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles en de resultaten daarvan aan in een daartoe bestemde administratie.
3. De Autoriteit kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verplichtingen ontheffing verlenen, indien de ondernemer ten genoegen van de Autoriteit aantoont dat de in het eerste en tweede lid bedoelde controles en administratie door een ander worden uitgevoerd.
4. Een ondernemer die beschikt over een ontheffing als bedoeld in het derde lid:
a. neemt de naam en het adres van de andere ondernemer, bedoeld in het derde lid, op in zijn administratie en
b. beschikt over een schriftelijke overeenkomst met deze andere ondernemer over het uitvoeren van de controles en het voeren van de administratie, bedoeld in het eerste en tweede lid.
5. De in het tweede lid bedoelde administratie wordt ten minste vijf jaar bewaard.
2. De ondernemer tekent de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles en de resultaten daarvan aan in een daartoe bestemde administratie.
3. De Autoriteit kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verplichtingen ontheffing verlenen, indien de ondernemer ten genoegen van de Autoriteit aantoont dat de in het eerste en tweede lid bedoelde controles en administratie door een ander worden uitgevoerd.
4. Een ondernemer die beschikt over een ontheffing als bedoeld in het derde lid:
a. neemt de naam en het adres van de andere ondernemer, bedoeld in het derde lid, op in zijn administratie en
b. beschikt over een schriftelijke overeenkomst met deze andere ondernemer over het uitvoeren van de controles en het voeren van de administratie, bedoeld in het eerste en tweede lid.
5. De in het tweede lid bedoelde administratie wordt ten minste vijf jaar bewaard.