BWBR0034213
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 4.7
Uitvoeringsregeling stralingsbescherming
1. Een ondernemer zorgt ervoor dat:
a. ingekapselde bronnen periodiek worden gecontroleerd, waarbij er tenminste een maal per kalenderjaar een visuele controle van de ingekapselde bron en, indien deze wordt toegepast, de bronhouder plaatsvindt;
b. de ingekapselde bron, de bronhouder of de meetopstelling ten minste een maal per kalenderjaar volgens een schriftelijk vastgelegde procedure wordt gecontroleerd op een lek, een radioactieve besmetting en op het omgevingsdosisequivalenttempo aan de buitenzijde van de bronhouder, waarbij beschadiging van de ingekapselde bron wordt voorkomen;
c. de resultaten van de controles, bedoeld onder a en b, worden geregistreerd, onder vermelding van: 1°. de datum van de controle,
2°. het serienummer van de bron die is gecontroleerd,
3°. de wijze waarop de controle werd uitgevoerd,
4°. de naam van de deskundige die de controle verrichtte en
5°. de resultaten van de controle.
1°. de datum van de controle,
2°. het serienummer van de bron die is gecontroleerd,
3°. de wijze waarop de controle werd uitgevoerd,
4°. de naam van de deskundige die de controle verrichtte en
5°. de resultaten van de controle.
2. In afwijking van het eerste lid, hoeft de lektest of besmettingscontrole genoemd in het eerste lid, hoeft niet te worden uitgevoerd bij:
a. ingekapselde bronnen met een activiteit van minder dan 1 MBq en van minder dan 0,02 Reinh en
b. bij gasvormige ingekapselde bronnen.
3. Een ondernemer zorgt ervoor dat wanneer de ingekapselde bron, bedoeld in het eerste lid, definitief niet meer wordt gebruikt, er bij deze, voordat ze wordt opgeslagen in de bergplaats of wordt overgedragen, volgens een schriftelijk vastgelegde procedure een lektest wordt uitgevoerd.
a. ingekapselde bronnen periodiek worden gecontroleerd, waarbij er tenminste een maal per kalenderjaar een visuele controle van de ingekapselde bron en, indien deze wordt toegepast, de bronhouder plaatsvindt;
b. de ingekapselde bron, de bronhouder of de meetopstelling ten minste een maal per kalenderjaar volgens een schriftelijk vastgelegde procedure wordt gecontroleerd op een lek, een radioactieve besmetting en op het omgevingsdosisequivalenttempo aan de buitenzijde van de bronhouder, waarbij beschadiging van de ingekapselde bron wordt voorkomen;
c. de resultaten van de controles, bedoeld onder a en b, worden geregistreerd, onder vermelding van: 1°. de datum van de controle,
2°. het serienummer van de bron die is gecontroleerd,
3°. de wijze waarop de controle werd uitgevoerd,
4°. de naam van de deskundige die de controle verrichtte en
5°. de resultaten van de controle.
1°. de datum van de controle,
2°. het serienummer van de bron die is gecontroleerd,
3°. de wijze waarop de controle werd uitgevoerd,
4°. de naam van de deskundige die de controle verrichtte en
5°. de resultaten van de controle.
2. In afwijking van het eerste lid, hoeft de lektest of besmettingscontrole genoemd in het eerste lid, hoeft niet te worden uitgevoerd bij:
a. ingekapselde bronnen met een activiteit van minder dan 1 MBq en van minder dan 0,02 Reinh en
b. bij gasvormige ingekapselde bronnen.
3. Een ondernemer zorgt ervoor dat wanneer de ingekapselde bron, bedoeld in het eerste lid, definitief niet meer wordt gebruikt, er bij deze, voordat ze wordt opgeslagen in de bergplaats of wordt overgedragen, volgens een schriftelijk vastgelegde procedure een lektest wordt uitgevoerd.