BWBR0034213
Geldig vanaf 2014-06-16
Artikel 4.6
Uitvoeringsregeling stralingsbescherming
1. Een ondernemer zorgt ervoor dat:
a. maatregelen worden genomen om te voorkomen dat een ingekapselde bron door een onbevoegde of onbedoeld in de stralingspositie kan worden gebracht;
b. de ingekapselde bron zich alleen in de stralingspositie bevindt, indien met apparatuur wordt gewerkt, waarbij aan de buitenzijde van de bronhouder te allen tijde duidelijk waarneembaar is, zo nodig met behulp van geschikte meetapparatuur, of de ingekapselde bron zich in de stralingspositie bevindt;
c. de werklocatie niet, of althans niet zonder nadere waarschuwing toegankelijk is voor personen die niet direct bij de handelingen betrokken zijn;
d. in de nabijheid van de ingekapselde bron geen brandbare, brandbevorderende of explosieve stoffen aanwezig zijn, tenzij hun aanwezigheid voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is;
e. een ingekapselde bron, behoudens een ingekapselde bron die wordt toegepast in een vaste meetopstelling, na gebruik wordt opgeborgen in een bergplaats;
f. een ingekapselde bron, die wordt toegepast in een vaste meetopstelling, in een bergplaats wordt opgeborgen indien: 1°. de meetopstelling definitief buiten gebruik is gesteld, of,
2°. dit vanuit stralingshygiënisch oogpunt noodzakelijk is.
1°. de meetopstelling definitief buiten gebruik is gesteld, of,
2°. dit vanuit stralingshygiënisch oogpunt noodzakelijk is.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, hoeft de bronhouder met de ingekapselde bron niet uit de vaste meetopstelling te worden verwijderd, indien:
a. het productieproces tijdelijk wordt gestaakt,
b. gedurende de staking van het productieproces de bronhouder met de ingekapselde bron is vergrendeld en
c. de toezichthoudend deskundige toestemming heeft gegeven.
a. maatregelen worden genomen om te voorkomen dat een ingekapselde bron door een onbevoegde of onbedoeld in de stralingspositie kan worden gebracht;
b. de ingekapselde bron zich alleen in de stralingspositie bevindt, indien met apparatuur wordt gewerkt, waarbij aan de buitenzijde van de bronhouder te allen tijde duidelijk waarneembaar is, zo nodig met behulp van geschikte meetapparatuur, of de ingekapselde bron zich in de stralingspositie bevindt;
c. de werklocatie niet, of althans niet zonder nadere waarschuwing toegankelijk is voor personen die niet direct bij de handelingen betrokken zijn;
d. in de nabijheid van de ingekapselde bron geen brandbare, brandbevorderende of explosieve stoffen aanwezig zijn, tenzij hun aanwezigheid voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is;
e. een ingekapselde bron, behoudens een ingekapselde bron die wordt toegepast in een vaste meetopstelling, na gebruik wordt opgeborgen in een bergplaats;
f. een ingekapselde bron, die wordt toegepast in een vaste meetopstelling, in een bergplaats wordt opgeborgen indien: 1°. de meetopstelling definitief buiten gebruik is gesteld, of,
2°. dit vanuit stralingshygiënisch oogpunt noodzakelijk is.
1°. de meetopstelling definitief buiten gebruik is gesteld, of,
2°. dit vanuit stralingshygiënisch oogpunt noodzakelijk is.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, hoeft de bronhouder met de ingekapselde bron niet uit de vaste meetopstelling te worden verwijderd, indien:
a. het productieproces tijdelijk wordt gestaakt,
b. gedurende de staking van het productieproces de bronhouder met de ingekapselde bron is vergrendeld en
c. de toezichthoudend deskundige toestemming heeft gegeven.