BWBR0030951
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 4
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Milieu 2012
1. Het directoraat-generaal Bereikbaarheid staat onder leiding van de directeur-generaal Bereikbaarheid.
2. Het directoraat-generaal Bereikbaarheid bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de directie Luchtvaart;
b. de directie Maritieme Zaken;
c. de directie Openbaar Vervoer en Spoor;
d. de directie Wegen en Verkeersveiligheid;
e. de programmadirectie Beter Benutten;
f. de unit Strategie; en
g. het stafbureau directoraat-generaal Bereikbaarheid.
3. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, staan onder leiding van een directeur. Onder het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder c, ressorteert tevens de programmadirecteur European Rail Traffic Management System. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder e, staat onder leiding van een programmadirecteur. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder f en g, staan onder leiding van een afdelingshoofd. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d bestaan uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Bereikbaarheid zijn de directeuren-generaal Milieu en Internationaal en Ruimte en Water, bedoeld in de artikelen 5en 6, en de directeuren en de programmadirecteur bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur of de programmadirecteur zijn de overige directeuren, de programmadirecteur en de afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Bereikbaarheid.
8. Het directoraat-generaal Bereikbaarheid heeft als doel de netwerkkwaliteit van luchtwegen, vaarwegen, spoorwegen, havens en het wegennet verder te ontwikkelen, het veilige en duurzame gebruik daarvan te waarborgen en te zorgen voor een goede en verantwoorde inpassing in de leefomgeving. Daarmee hebben het directoraat-generaal Bereikbaarheid en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
a. de directie Luchtvaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. de aansluiting op het mondiale luchtvaartnetwerk;
ii. luchthavens;
iii. veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
iv. de inrichting en het gebruik van het luchtruim, alsmede de luchtverkeersdienstverlening;
i. de aansluiting op het mondiale luchtvaartnetwerk;
ii. luchthavens;
iii. veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
iv. de inrichting en het gebruik van het luchtruim, alsmede de luchtverkeersdienstverlening;
b. de directie Maritieme Zaken: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. zeehavens en zeevaart, waaronder de maritieme toegang tot zeehavens;
ii. vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart;
iii. instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet; en
iv. maritieme veiligheid en beveiliging;
i. zeehavens en zeevaart, waaronder de maritieme toegang tot zeehavens;
ii. vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart;
iii. instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet; en
iv. maritieme veiligheid en beveiliging;
c. de directie Openbaar Vervoer en Spoor: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. openbaar vervoer en ander personenvervoer;
ii. beheer, gebruik en aanleg van de hoofdspoorinfrastructuur en spoorwegen;
iii. goederenvervoer per spoor; en
iv. de veiligheid op en rond het spoor;
i. openbaar vervoer en ander personenvervoer;
ii. beheer, gebruik en aanleg van de hoofdspoorinfrastructuur en spoorwegen;
iii. goederenvervoer per spoor; en
iv. de veiligheid op en rond het spoor;
d. de directie Wegen en Verkeersveiligheid: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. de aanleg van het hoofdwegennet;
ii. gebruik en onderhoud van het hoofdwegennet en goederenvervoer over de weg;
iii. inpassing van wegen in relatie tot milieu en natuur alsmede bereikbaarheid; en
iv. veilig verkeer en vervoer;
i. de aanleg van het hoofdwegennet;
ii. gebruik en onderhoud van het hoofdwegennet en goederenvervoer over de weg;
iii. inpassing van wegen in relatie tot milieu en natuur alsmede bereikbaarheid; en
iv. veilig verkeer en vervoer;
e. de programmadirectie Beter Benutten: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot maatregelen die zijn gericht op betere benutting van het hoofdwegen-, hoofdspoorwegen- en hoofdvaarwegennet;
f. de unit Strategie: het waarborgen van integrale beleidsvorming van het directoraat-generaal Bereikbaarheid; en
g. het stafbureau directoraat-generaal Bereikbaarheid: het ondersteunen van het directoraat-generaal Bereikbaarheid.
2. Het directoraat-generaal Bereikbaarheid bestaat uit de volgende dienstonderdelen:
a. de directie Luchtvaart;
b. de directie Maritieme Zaken;
c. de directie Openbaar Vervoer en Spoor;
d. de directie Wegen en Verkeersveiligheid;
e. de programmadirectie Beter Benutten;
f. de unit Strategie; en
g. het stafbureau directoraat-generaal Bereikbaarheid.
3. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, staan onder leiding van een directeur. Onder het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder c, ressorteert tevens de programmadirecteur European Rail Traffic Management System. Het dienstonderdeel, genoemd in het tweede lid, onder e, staat onder leiding van een programmadirecteur. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder f en g, staan onder leiding van een afdelingshoofd. De dienstonderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d bestaan uit afdelingen die onder leiding staan van een afdelingshoofd.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal Bereikbaarheid zijn de directeuren-generaal Milieu en Internationaal en Ruimte en Water, bedoeld in de artikelen 5en 6, en de directeuren en de programmadirecteur bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur of de programmadirecteur zijn de overige directeuren, de programmadirecteur en de afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen de directie bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Bereikbaarheid.
8. Het directoraat-generaal Bereikbaarheid heeft als doel de netwerkkwaliteit van luchtwegen, vaarwegen, spoorwegen, havens en het wegennet verder te ontwikkelen, het veilige en duurzame gebruik daarvan te waarborgen en te zorgen voor een goede en verantwoorde inpassing in de leefomgeving. Daarmee hebben het directoraat-generaal Bereikbaarheid en zijn dienstonderdelen de volgende taken:
a. de directie Luchtvaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. de aansluiting op het mondiale luchtvaartnetwerk;
ii. luchthavens;
iii. veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
iv. de inrichting en het gebruik van het luchtruim, alsmede de luchtverkeersdienstverlening;
i. de aansluiting op het mondiale luchtvaartnetwerk;
ii. luchthavens;
iii. veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
iv. de inrichting en het gebruik van het luchtruim, alsmede de luchtverkeersdienstverlening;
b. de directie Maritieme Zaken: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. zeehavens en zeevaart, waaronder de maritieme toegang tot zeehavens;
ii. vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart;
iii. instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet; en
iv. maritieme veiligheid en beveiliging;
i. zeehavens en zeevaart, waaronder de maritieme toegang tot zeehavens;
ii. vervoer over water en de Nederlandse binnenvaart;
iii. instandhouding en gebruik van het hoofdvaarwegennet; en
iv. maritieme veiligheid en beveiliging;
c. de directie Openbaar Vervoer en Spoor: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. openbaar vervoer en ander personenvervoer;
ii. beheer, gebruik en aanleg van de hoofdspoorinfrastructuur en spoorwegen;
iii. goederenvervoer per spoor; en
iv. de veiligheid op en rond het spoor;
i. openbaar vervoer en ander personenvervoer;
ii. beheer, gebruik en aanleg van de hoofdspoorinfrastructuur en spoorwegen;
iii. goederenvervoer per spoor; en
iv. de veiligheid op en rond het spoor;
d. de directie Wegen en Verkeersveiligheid: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot: i. de aanleg van het hoofdwegennet;
ii. gebruik en onderhoud van het hoofdwegennet en goederenvervoer over de weg;
iii. inpassing van wegen in relatie tot milieu en natuur alsmede bereikbaarheid; en
iv. veilig verkeer en vervoer;
i. de aanleg van het hoofdwegennet;
ii. gebruik en onderhoud van het hoofdwegennet en goederenvervoer over de weg;
iii. inpassing van wegen in relatie tot milieu en natuur alsmede bereikbaarheid; en
iv. veilig verkeer en vervoer;
e. de programmadirectie Beter Benutten: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot maatregelen die zijn gericht op betere benutting van het hoofdwegen-, hoofdspoorwegen- en hoofdvaarwegennet;
f. de unit Strategie: het waarborgen van integrale beleidsvorming van het directoraat-generaal Bereikbaarheid; en
g. het stafbureau directoraat-generaal Bereikbaarheid: het ondersteunen van het directoraat-generaal Bereikbaarheid.