BWBR0030951
Geldig vanaf 2012-01-01
Artikel 23
Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Milieu 2012
1. Aan de diensthoofden wordt mandaat verleend ten aanzien van alle bevoegdheden die behoren bij de uitoefening van de taken van hun dienst genoemd in paragraaf 2.3, dan wel in overige wet- en regelgeving, waaronder mede begrepen het bepalen van beleid, het uitvoeren van het beleid en de bedrijfsvoering van de dienst, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 26 tot en met 28.
2. Een diensthoofd kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan:
a. een onder hem ressorterend dienstonderdeelhoofd;
b. een andere onder hem ressorterende functionaris; en
c. een niet onder zijn dienst ressorterend dienstonderdeelhoofd of functionaris, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.
3. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het tweede lid, onder a, bepalen dat het dienstonderdeelhoofd vervolgens ondermandaat kan verlenen aan een onder de directeur-generaal Rijkswaterstaat ressorterende functionaris.
4. De directeur-generaal Bereikbaarheid kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.
2. Een diensthoofd kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan:
a. een onder hem ressorterend dienstonderdeelhoofd;
b. een andere onder hem ressorterende functionaris; en
c. een niet onder zijn dienst ressorterend dienstonderdeelhoofd of functionaris, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.
3. De directeur-generaal Rijkswaterstaat kan bij het verlenen van ondermandaat, bedoeld in het tweede lid, onder a, bepalen dat het dienstonderdeelhoofd vervolgens ondermandaat kan verlenen aan een onder de directeur-generaal Rijkswaterstaat ressorterende functionaris.
4. De directeur-generaal Bereikbaarheid kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat voor zover het de uitvoering van zijn taken met betrekking tot luchthavens betreft, mits de mate waarin en de wijze waarop het toegekende mandaat moet worden uitgeoefend schriftelijk zijn vastgelegd.