BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 42
Binnenvaartwet
1. Een ambtenaar als bedoeld in artikel 40is bevoegd afgifte van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs te vorderen indien naar zijn oordeel het vermoeden bestaat van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het voeren van een binnenschip of de houder niet over de kennis of bekwaamheid beschikt die is vereist voor het voeren van een binnenschip. Hij legt het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs waarvan afgifte is gevorderd onverwijld en onder opgave van redenen aan Onze Minister over.
2. Onze Minister neemt, nadat hij van de vordering tot afgifte kennis heeft genomen, onverwijld een besluit over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de vordering tot afgifte als een besluit als bedoeld in artikel 31, derde lid.
3. Wanneer Onze Minister niet tot verlies van geldigheid besluit, geeft hij het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs aan de houder terug.
4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of een vaarbewijs als bedoeld in artikel 32, tweede lid. Onze Minister legt dit kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs onverwijld en onder opgave van redenen over aan de desbetreffende bevoegde autoriteit in het buitenland met het verzoek over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs een besluit te nemen.
2. Onze Minister neemt, nadat hij van de vordering tot afgifte kennis heeft genomen, onverwijld een besluit over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de vordering tot afgifte als een besluit als bedoeld in artikel 31, derde lid.
3. Wanneer Onze Minister niet tot verlies van geldigheid besluit, geeft hij het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs aan de houder terug.
4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of een vaarbewijs als bedoeld in artikel 32, tweede lid. Onze Minister legt dit kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of vaarbewijs onverwijld en onder opgave van redenen over aan de desbetreffende bevoegde autoriteit in het buitenland met het verzoek over de geldigheid van het kwalificatiecertificaat, specifieke vergunning of het vaarbewijs een besluit te nemen.