BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 36
Binnenvaartwet
1. Onze Minister kent aan een binnenschip dat in Nederland op grond van <a href="/wet/BWBR0005034/artikel/785" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 785, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek</a>te boek is gesteld en aan een binnenschip waarvoor een certificaat van onderzoek is afgegeven een scheepsnummer toe, waaronder mede wordt begrepen het aanmerken als scheepsnummer van een overeenkomstige aanduiding die bij of krachtens andere wet is toegekend.
2. De eigenaar van het binnenschip waaraan een scheepsnummer is toegekend is verplicht:
a. dit nummer binnen twee weken na de toekenning en kennisgeving ervan op zijn binnenschip aan te brengen;
b. van elke wijziging in de omstandigheden van het binnenschip die aanleiding kunnen geven tot wijziging van het scheepsnummer binnen twee weken aan Onze Minister kennis te geven.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het scheepsnummer.
4. Het is de eigenaar van het binnenschip verboden te handelen in strijd met het tweede lid of met de regels, bedoeld in het derde lid.
2. De eigenaar van het binnenschip waaraan een scheepsnummer is toegekend is verplicht:
a. dit nummer binnen twee weken na de toekenning en kennisgeving ervan op zijn binnenschip aan te brengen;
b. van elke wijziging in de omstandigheden van het binnenschip die aanleiding kunnen geven tot wijziging van het scheepsnummer binnen twee weken aan Onze Minister kennis te geven.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het scheepsnummer.
4. Het is de eigenaar van het binnenschip verboden te handelen in strijd met het tweede lid of met de regels, bedoeld in het derde lid.