BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 2
Binnenvaartwet
1. Overeenkomstig bindende besluiten van instellingen van de Europese Unie dan wel anderszins ter uitvoering van verdragen of bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties worden bij ministeriële regeling de binnenwateren onderverdeeld in zones, die kunnen verschillen met het oog op de eigen omstandigheden van de vaart.
2. Bij regeling van Onze Minister wordt een binnenwatertraject als binnenwater van maritieme aard geclassificeerd indien:
a. het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 van toepassing is;
b. de boeien en borden overeen komen met het maritieme systeem;
c. landnavigatie op die binnenwateren noodzakelijk is; of
d. voor de navigatie op die binnenwateren maritieme uitrusting nodig is waarvan de bediening speciale kennis vergt.
3. Een binnenwatertraject kan, wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, bij regeling van Onze Minister worden geclassificeerd als binnenwater met specifieke risico’s wanneer deze risico’s het gevolg zijn van een of meer van de volgende omstandigheden:
a. vaak veranderende stroompatronen en -snelheid;
b. de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten;
c. de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg; of
d. een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de op grond van artikel 22 bij ministeriële regeling gestelde regels wordt geëist.
2. Bij regeling van Onze Minister wordt een binnenwatertraject als binnenwater van maritieme aard geclassificeerd indien:
a. het Verdrag inzake de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee van 1972 van toepassing is;
b. de boeien en borden overeen komen met het maritieme systeem;
c. landnavigatie op die binnenwateren noodzakelijk is; of
d. voor de navigatie op die binnenwateren maritieme uitrusting nodig is waarvan de bediening speciale kennis vergt.
3. Een binnenwatertraject kan, wanneer dit nodig is om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, bij regeling van Onze Minister worden geclassificeerd als binnenwater met specifieke risico’s wanneer deze risico’s het gevolg zijn van een of meer van de volgende omstandigheden:
a. vaak veranderende stroompatronen en -snelheid;
b. de hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg en het ontbreken van passende vaarweginformatiediensten over de binnenwaterweg of van geschikte kaarten;
c. de aanwezigheid van een specifieke lokale verkeersregeling die wordt gerechtvaardigd door specifieke hydromorfologische kenmerken van de binnenwaterweg; of
d. een hoge ongevallenfrequentie op een specifiek traject van de binnenwateren, die wordt toegeschreven aan het ontbreken van een competentie die niet door de op grond van artikel 22 bij ministeriële regeling gestelde regels wordt geëist.