BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 29
Binnenvaartwet
1. Onze Minister wijst de instellingen of personen aan die belast zijn met het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel b, en artikel 26a, vijfde lid, onderdeel b. Op de aangewezen instellingen of personen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing. Zij verstrekken een verklaring, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden.
2. Het onderzoek kan geheel of gedeeltelijk achterwege blijven, indien de aanvrager in het bezit is van:
a. een geldig vaarbewijs, een geldig kwalificatiecertificaat of een geldige specifieke vergunning;
b. een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;
c. een door Onze Minister ingevolge artikel 32, eerste lid, erkend gelijkwaardig document of bewijs van kennis en bekwaamheid voor de binnenvaart.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid;
b. de aanwijzing van instellingen of personen, bedoeld in het eerste lid.
2. Het onderzoek kan geheel of gedeeltelijk achterwege blijven, indien de aanvrager in het bezit is van:
a. een geldig vaarbewijs, een geldig kwalificatiecertificaat of een geldige specifieke vergunning;
b. een vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur;
c. een door Onze Minister ingevolge artikel 32, eerste lid, erkend gelijkwaardig document of bewijs van kennis en bekwaamheid voor de binnenvaart.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. het onderzoek naar de kennis en bekwaamheid, bedoeld in het eerste lid;
b. de aanwijzing van instellingen of personen, bedoeld in het eerste lid.