BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 31
Binnenvaartwet
1. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel de veilige vaart voldoende gewaarborgd is, met betrekking tot bepaalde categorieën van binnenschepen vrijstelling verlenen van de op een gezagvoerder rustende verplichting, bedoeld in artikel 25, eerste lid. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
2. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel de veilige vaart voldoende gewaarborgd is, aan een gezagvoerder ontheffing verlenen van de in artikel 25, eerste lid, bedoelde verplichting. Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
3. Onze Minister kan een krachtens het tweede lid verleende ontheffing intrekken, indien de gezagvoerder de aldaar bedoelde voorschriften niet naleeft.
4. Het is verboden te handelen in strijd met aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid verbonden voorschriften.
2. Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel de veilige vaart voldoende gewaarborgd is, aan een gezagvoerder ontheffing verlenen van de in artikel 25, eerste lid, bedoelde verplichting. Aan een ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
3. Onze Minister kan een krachtens het tweede lid verleende ontheffing intrekken, indien de gezagvoerder de aldaar bedoelde voorschriften niet naleeft.
4. Het is verboden te handelen in strijd met aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid verbonden voorschriften.