BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 28
Binnenvaartwet
1. Onze Minister wijst de deskundigen aan die belast zijn met het onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke geschiktheid, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel a, en artikel 26a, vijfde lid, onderdeel a. De deskundige geeft een verklaring af, indien het onderzoek met gunstig gevolg heeft plaatsgevonden.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring daartoe aanleiding geeft, kunnen aan het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs voorschriften of beperkingen worden verbonden, die op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat worden opgenomen.
3. Indien de afgifte van een in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geweigerd of indien blijkt uit die verklaring dat het gaat om een beperkte geschiktheid, dan wordt de aanvrager op diens aanvraag door een andere door Onze Minister aangewezen deskundige nogmaals onderzocht. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
4. De deskundige gaat eerst tot een onderzoek over nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het onderzoek achterwege blijft en op welke wijze en voor welk soort vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning de aanvrager zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantoont.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het onderzoek of de verklaring van lichamelijke en geestelijke geschiktheid.
7. Het is de gezagvoerder of de werkgever verboden te handelen in strijd met de voorschriften die ingevolge het tweede lid zijn verbonden aan een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat of een specifieke vergunning.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde verklaring daartoe aanleiding geeft, kunnen aan het kwalificatiecertificaat of het vaarbewijs voorschriften of beperkingen worden verbonden, die op het vaarbewijs of kwalificatiecertificaat worden opgenomen.
3. Indien de afgifte van een in het eerste lid bedoelde verklaring wordt geweigerd of indien blijkt uit die verklaring dat het gaat om een beperkte geschiktheid, dan wordt de aanvrager op diens aanvraag door een andere door Onze Minister aangewezen deskundige nogmaals onderzocht. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
4. De deskundige gaat eerst tot een onderzoek over nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het onderzoek achterwege blijft en op welke wijze en voor welk soort vaarbewijs, kwalificatiecertificaat of specifieke vergunning de aanvrager zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantoont.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het onderzoek of de verklaring van lichamelijke en geestelijke geschiktheid.
7. Het is de gezagvoerder of de werkgever verboden te handelen in strijd met de voorschriften die ingevolge het tweede lid zijn verbonden aan een vaarbewijs, een kwalificatiecertificaat of een specifieke vergunning.