BWBR0023009
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 26
Binnenvaartwet
1. Onze Minister verstrekt een specifieke vergunning of een vaarbewijs na overlegging van verklaringen waaruit blijkt, dat de aanvrager voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften om het binnenschip veilig te voeren.
2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op:
a. de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; en
b. de kennis en de bekwaamheid om het binnenschip te voeren.
3. De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen betrekking hebben op de vaartijd.
4. De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort specifieke vergunning of vaarbewijs.
2. De in het eerste lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op:
a. de lichamelijke en geestelijke geschiktheid; en
b. de kennis en de bekwaamheid om het binnenschip te voeren.
3. De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen betrekking hebben op de vaartijd.
4. De in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen verschillend zijn naar gelang het soort specifieke vergunning of vaarbewijs.