BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 5:1
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. aanpassing van de kredietwaardering: een aanpassing van de gemiddelde marktwaardering van een portefeuille van transacties met een tegenpartij;
b. actuele marktwaarde: de netto marktwaarde, als resultaat van alle positieve en negatieve marktwaarden, van de portefeuille van transacties binnen het samenstel van verrekenbare transacties met de tegenpartij;
c. actuele positie: de marktwaarde van de transactie, of de portefeuille van transacties binnen een samenstel van verrekenbare transacties, die verloren gaat indien de tegenpartij in gebreke blijft, ervan uitgaande dat bij een faillissement geen verificatie mogelijk is;
d. algemeen wrong-way risico: het risico dat ontstaat wanneer de kans op wanbetaling van de tegenpartij of tegenpartijen een positieve correlatie vertoont met algemene marktrisicofactoren;
e. betalingsgedeelte: de betaling als tegenprestatie voor de levering van een financieel instrument respectievelijk de betaling als tegenprestatie voor een andere betaling, op de contractuele basis van een transactie met een lineair risicoprofiel die op een OTC-derivaat betrekking heeft;
f. centrale tegenpartij: een entiteit die ten aanzien van het sluiten van koopovereenkomsten op één of meer financiële markten, voor zowel de koper als de verkoper als tussenpersoon als bedoeld in artikel 425 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek optreedt;
g. doorrolrisico: de extra positie die uit toekomstige transacties voortvloeit en die gelijk is aan het bedrag waarmee de verwachte positieve positie is onderschat wanneer wordt verwacht dat toekomstige transacties een permanent karakter krijgen;
h. eenzijdige aanpassing van de kredietwaardering: een aanpassing van de kredietwaardering die betrekking heeft op de marktwaarde van het kredietrisico van de tegenpartij maar niet op de marktwaarde van het kredietrisico van de financiële onderneming die de aanpassing doorvoert;
i. effectieve looptijd volgens de interne modellenmethode, voor een samenstel van verrekenbare transacties met een looptijd van meer dan een jaar: het verhoudingsgetal dat wordt verkregen uit de berekening genoemd in bijlage 5.3;
j. effectieve EE (effectieve verwachte positie): de verwachte waarde van een positie op een specifieke datum of de effectieve waarde van die positie op een eerdere datum, indien laatstbedoelde waarde groter is;
k. effectieve EPE (effectieve verwachte positieve positie): het gewogen gemiddelde in de tijd van de effectieve verwachte posities over het eerste jaar, gerekend vanaf de berekendatum, of, als alle contracten binnen het samenstel van verrekenbare transacties binnen dat jaar vervallen, over de duur van het langstlopende contract binnen het samenstel van verrekenbare transacties, waarbij de gewichten het proportionele aandeel van een afzonderlijke verwachte positie in het volledige tijdsinterval vertegenwoordigen;
l. margedrempel: het hoogste bedrag dat een uitstaande vordering mag bereiken voordat een partij het recht heeft een uitwinbare zekerheid te eisen;
m. margeleningstransacties: leningen waarbij een financiële onderneming krediet verstrekt voor de aankoop, de verkoop, het aanhouden of het verhandelen van effecten;
n. margeovereenkomst: een contractuele overeenkomst of een aantal clausules in een overeenkomst op grond waarvan een tegenpartij een uitwinbare zekerheid aan een tweede tegenpartij moet verstrekken wanneer een vordering van deze tweede tegenpartij op de eerste tegenpartij een bepaalde hoogte overschrijdt;
o. marge-risicoperiode: de periode gerekend vanaf de dag van de laatste ruil van zekerheden ter dekking van een samenstel van verrekenbare transacties met een in gebreke blijvende tegenpartij tot en met de dag dat de betrokken tegenpartij is geliquideerd en het resulterende marktrisico opnieuw is afgedekt;
p. maximumpositie: een hoog percentiel van de verdeling van posities op een bepaalde datum in de toekomst vóór de vervaldatum van de langstlopende transactie van het samenstel van verrekenbare transacties;
q. productoverschrijdende verrekening: de opname van transacties met betrekking tot verschillende productcategorieën in hetzelfde samenstel van verrekenbare transacties in overeenstemming met de in afdeling 5.7 vervatte regels voor productoverschrijdende verrekening;
r. risiconeutrale verdeling: een verdeling van marktwaarden of posities tijdens een periode in de toekomst waarbij de verdeling wordt berekend aan de hand van impliciete marktwaarden;
s. risicopositie: een risicowaarde die volgens de standaardmethode, bedoeld in afdeling 5.5 aan een transactie wordt toegekend op basis van een vooraf bepaald algoritme;
t. samenstel van afdekkingsinstrumenten (hedging set): een groep risicoposities uit hoofde van transacties die tot eenzelfde samenstel van verrekenbare transacties behoren en waarvan alleen het saldo relevant is voor de bepaling van de waarde van de post volgens de standaardmethode, bedoeld in afdeling 5.5;
u. samenstel van verrekenbare transacties (netting set): een groep transacties ten aanzien waarvan verrekening als bedoeld in artikel 127 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek mogelijk is, welke verrekening in het kader van hoofdstuk 4 en afdeling 5.7 van deze regeling in aanmerking wordt genomen;
v. specifiek wrong-way risico: het risico dat ontstaat wanneer de positie op een bepaalde tegenpartij vanwege de aard van de transacties met die tegenpartij een positieve correlatie vertoont met de kans op wanbetaling van die tegenpartij;
w. tegenpartijkredietrisico of CCR: het risico dat de tegenpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden;
x. transactie met afwikkeling op lange termijn: de transactie waarbij een tegenpartij van de financiële onderneming zich verbindt een hoeveelheid effecten, grondstoffen of deviezen te leveren tegen contanten, andere financiële instrumenten of grondstoffen, of vice versa, op een afwikkelings- of leveringsdatum die later is dan volgens de marktstandaard voor de betreffende soort transactie gebruikelijk is respectievelijk een afwikkelings- of leveringsdatum, die meer dan vijf werkdagen na de transactiedatum ligt, ongeacht of laatstgenoemde datum de marktstandaard is of niet;
y. verdeling van posities: de prognose van de waarschijnlijkheidsverdeling van marktwaarden waarbij de verwachte negatieve netto marktwaarden door nul worden vervangen;
z. verdeling van marktwaarden: de prognose van de waarschijnlijkheidsverdeling van netto marktwaarden van transacties binnen een samenstel van verrekenbare transacties voor een datum in de toekomst (de prognosehorizon) in het licht van de gerealiseerde marktwaarde van die transacties tot op de dag waarop de prognose wordt gedaan;
aa. verwachte positie (expected exposure – EE): het gemiddelde van de verdeling van posities op een bepaalde datum in de toekomst vóór de vervaldatum van de langstlopende transactie van het samenstel van verrekenbare transacties;
bb. verwachte positieve positie (expected positive exposure – EPE): het gewogen gemiddelde in de tijd van de verwachte posities, waarbij de gewichten het proportionele aandeel van een afzonderlijke verwachte positie in het volledige tijdsinterval vertegenwoordigen; en
cc. werkelijke verdeling: een verdeling van marktwaarden of posities tijdens een periode in de toekomst waarbij de verdeling wordt berekend aan de hand van historische of gerealiseerde waarden.
a. aanpassing van de kredietwaardering: een aanpassing van de gemiddelde marktwaardering van een portefeuille van transacties met een tegenpartij;
b. actuele marktwaarde: de netto marktwaarde, als resultaat van alle positieve en negatieve marktwaarden, van de portefeuille van transacties binnen het samenstel van verrekenbare transacties met de tegenpartij;
c. actuele positie: de marktwaarde van de transactie, of de portefeuille van transacties binnen een samenstel van verrekenbare transacties, die verloren gaat indien de tegenpartij in gebreke blijft, ervan uitgaande dat bij een faillissement geen verificatie mogelijk is;
d. algemeen wrong-way risico: het risico dat ontstaat wanneer de kans op wanbetaling van de tegenpartij of tegenpartijen een positieve correlatie vertoont met algemene marktrisicofactoren;
e. betalingsgedeelte: de betaling als tegenprestatie voor de levering van een financieel instrument respectievelijk de betaling als tegenprestatie voor een andere betaling, op de contractuele basis van een transactie met een lineair risicoprofiel die op een OTC-derivaat betrekking heeft;
f. centrale tegenpartij: een entiteit die ten aanzien van het sluiten van koopovereenkomsten op één of meer financiële markten, voor zowel de koper als de verkoper als tussenpersoon als bedoeld in artikel 425 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek optreedt;
g. doorrolrisico: de extra positie die uit toekomstige transacties voortvloeit en die gelijk is aan het bedrag waarmee de verwachte positieve positie is onderschat wanneer wordt verwacht dat toekomstige transacties een permanent karakter krijgen;
h. eenzijdige aanpassing van de kredietwaardering: een aanpassing van de kredietwaardering die betrekking heeft op de marktwaarde van het kredietrisico van de tegenpartij maar niet op de marktwaarde van het kredietrisico van de financiële onderneming die de aanpassing doorvoert;
i. effectieve looptijd volgens de interne modellenmethode, voor een samenstel van verrekenbare transacties met een looptijd van meer dan een jaar: het verhoudingsgetal dat wordt verkregen uit de berekening genoemd in bijlage 5.3;
j. effectieve EE (effectieve verwachte positie): de verwachte waarde van een positie op een specifieke datum of de effectieve waarde van die positie op een eerdere datum, indien laatstbedoelde waarde groter is;
k. effectieve EPE (effectieve verwachte positieve positie): het gewogen gemiddelde in de tijd van de effectieve verwachte posities over het eerste jaar, gerekend vanaf de berekendatum, of, als alle contracten binnen het samenstel van verrekenbare transacties binnen dat jaar vervallen, over de duur van het langstlopende contract binnen het samenstel van verrekenbare transacties, waarbij de gewichten het proportionele aandeel van een afzonderlijke verwachte positie in het volledige tijdsinterval vertegenwoordigen;
l. margedrempel: het hoogste bedrag dat een uitstaande vordering mag bereiken voordat een partij het recht heeft een uitwinbare zekerheid te eisen;
m. margeleningstransacties: leningen waarbij een financiële onderneming krediet verstrekt voor de aankoop, de verkoop, het aanhouden of het verhandelen van effecten;
n. margeovereenkomst: een contractuele overeenkomst of een aantal clausules in een overeenkomst op grond waarvan een tegenpartij een uitwinbare zekerheid aan een tweede tegenpartij moet verstrekken wanneer een vordering van deze tweede tegenpartij op de eerste tegenpartij een bepaalde hoogte overschrijdt;
o. marge-risicoperiode: de periode gerekend vanaf de dag van de laatste ruil van zekerheden ter dekking van een samenstel van verrekenbare transacties met een in gebreke blijvende tegenpartij tot en met de dag dat de betrokken tegenpartij is geliquideerd en het resulterende marktrisico opnieuw is afgedekt;
p. maximumpositie: een hoog percentiel van de verdeling van posities op een bepaalde datum in de toekomst vóór de vervaldatum van de langstlopende transactie van het samenstel van verrekenbare transacties;
q. productoverschrijdende verrekening: de opname van transacties met betrekking tot verschillende productcategorieën in hetzelfde samenstel van verrekenbare transacties in overeenstemming met de in afdeling 5.7 vervatte regels voor productoverschrijdende verrekening;
r. risiconeutrale verdeling: een verdeling van marktwaarden of posities tijdens een periode in de toekomst waarbij de verdeling wordt berekend aan de hand van impliciete marktwaarden;
s. risicopositie: een risicowaarde die volgens de standaardmethode, bedoeld in afdeling 5.5 aan een transactie wordt toegekend op basis van een vooraf bepaald algoritme;
t. samenstel van afdekkingsinstrumenten (hedging set): een groep risicoposities uit hoofde van transacties die tot eenzelfde samenstel van verrekenbare transacties behoren en waarvan alleen het saldo relevant is voor de bepaling van de waarde van de post volgens de standaardmethode, bedoeld in afdeling 5.5;
u. samenstel van verrekenbare transacties (netting set): een groep transacties ten aanzien waarvan verrekening als bedoeld in artikel 127 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek mogelijk is, welke verrekening in het kader van hoofdstuk 4 en afdeling 5.7 van deze regeling in aanmerking wordt genomen;
v. specifiek wrong-way risico: het risico dat ontstaat wanneer de positie op een bepaalde tegenpartij vanwege de aard van de transacties met die tegenpartij een positieve correlatie vertoont met de kans op wanbetaling van die tegenpartij;
w. tegenpartijkredietrisico of CCR: het risico dat de tegenpartij bij een transactie in gebreke blijft voordat de definitieve afwikkeling van de met de transactie samenhangende kasstromen heeft plaatsgevonden;
x. transactie met afwikkeling op lange termijn: de transactie waarbij een tegenpartij van de financiële onderneming zich verbindt een hoeveelheid effecten, grondstoffen of deviezen te leveren tegen contanten, andere financiële instrumenten of grondstoffen, of vice versa, op een afwikkelings- of leveringsdatum die later is dan volgens de marktstandaard voor de betreffende soort transactie gebruikelijk is respectievelijk een afwikkelings- of leveringsdatum, die meer dan vijf werkdagen na de transactiedatum ligt, ongeacht of laatstgenoemde datum de marktstandaard is of niet;
y. verdeling van posities: de prognose van de waarschijnlijkheidsverdeling van marktwaarden waarbij de verwachte negatieve netto marktwaarden door nul worden vervangen;
z. verdeling van marktwaarden: de prognose van de waarschijnlijkheidsverdeling van netto marktwaarden van transacties binnen een samenstel van verrekenbare transacties voor een datum in de toekomst (de prognosehorizon) in het licht van de gerealiseerde marktwaarde van die transacties tot op de dag waarop de prognose wordt gedaan;
aa. verwachte positie (expected exposure – EE): het gemiddelde van de verdeling van posities op een bepaalde datum in de toekomst vóór de vervaldatum van de langstlopende transactie van het samenstel van verrekenbare transacties;
bb. verwachte positieve positie (expected positive exposure – EPE): het gewogen gemiddelde in de tijd van de verwachte posities, waarbij de gewichten het proportionele aandeel van een afzonderlijke verwachte positie in het volledige tijdsinterval vertegenwoordigen; en
cc. werkelijke verdeling: een verdeling van marktwaarden of posities tijdens een periode in de toekomst waarbij de verdeling wordt berekend aan de hand van historische of gerealiseerde waarden.
- Citeren als
- Art. 5:1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl