BWBR0020764
Geldig vanaf 20-12-2007
Artikel 4:98
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. De effectieve looptijd van de onderliggende vordering is de langst mogelijke periode, die de debiteur heeft om zijn contractuele verplichtingen volledig na te komen, met dien verstande dat deze periode voor de berekening van het looptijdverschil maximaal vijf jaar bedraagt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, geldt ten aanzien van de looptijd van de protectie:
a. indien de protectiegever over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de periode tot de vroegste datum waarop van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt;
b. indien de protectienemer over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen en van de voorwaarden van de protectieovereenkomst een positieve prikkel voor de financiële onderneming uitgaat om de transactie vóór de vervaldatum van de overeenkomst af te wikkelen, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de periode tot de vroegste datum waarop van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt; en
c. indien de protectienemer over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen maar van de voorwaarden van de protectieovereenkomst geen prikkel als bedoeld in het vorige onderdeel uitgaat, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de looptijd als bedoeld in het eerste lid.
3. Wanneer protectie in de vorm van een kredietderivaat kan worden beëindigd vóór het verstrijken van een eventuele respijtperiode en het verstrijken van die respijtperiode een vereiste is voor het optreden van een kredietgebeurtenis als gevolg van niet-betaling, wordt de looptijd van de protectie, bedoeld in het tweede lid, verminderd met de respijtperiode.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, geldt ten aanzien van de looptijd van de protectie:
a. indien de protectiegever over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de periode tot de vroegste datum waarop van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt;
b. indien de protectienemer over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen en van de voorwaarden van de protectieovereenkomst een positieve prikkel voor de financiële onderneming uitgaat om de transactie vóór de vervaldatum van de overeenkomst af te wikkelen, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de periode tot de vroegste datum waarop van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt; en
c. indien de protectienemer over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen maar van de voorwaarden van de protectieovereenkomst geen prikkel als bedoeld in het vorige onderdeel uitgaat, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de looptijd als bedoeld in het eerste lid.
3. Wanneer protectie in de vorm van een kredietderivaat kan worden beëindigd vóór het verstrijken van een eventuele respijtperiode en het verstrijken van die respijtperiode een vereiste is voor het optreden van een kredietgebeurtenis als gevolg van niet-betaling, wordt de looptijd van de protectie, bedoeld in het tweede lid, verminderd met de respijtperiode.
- Citeren als
- Art. 4:98
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl