BWBR0019277
Geldig vanaf 2006-01-13
Artikel 91
Diergeneesmiddelenregeling
1. Een dierenarts houdt bij toediening aan een voedselproducerend dier van een diergeneesmiddel dat overeenkomstig artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de wetis bereid, onderscheidenlijk een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 22 van het besluit, gedurende vijf jaar in een register als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van richtlijn nr. 2001/82/EG de volgende gegevens bij:
a. de datum waarop de dieren werden onderzocht;
b. naam en adres van de houder van de dieren;
c. het aantal behandelde dieren;
d. de diagnose;
e. de diergeneeskundige motivering voor de toediening van het diergeneesmiddel;
f. de voorgeschreven diergeneesmiddelen;
g. de toegediende dosering;
h. de duur van de behandeling;
i. de vastgestelde wachttermijnen.
2. De administratie van een dierenarts inzake het voorschrijven van diergeneesmiddelen die bestemd zijn om als zodanig aan dieren te worden vervoederd in de vorm van gemedicineerde voeders, bevat een afschrift van het door de dierenarts opgestelde recept, bedoeld in artikel 98.
a. de datum waarop de dieren werden onderzocht;
b. naam en adres van de houder van de dieren;
c. het aantal behandelde dieren;
d. de diagnose;
e. de diergeneeskundige motivering voor de toediening van het diergeneesmiddel;
f. de voorgeschreven diergeneesmiddelen;
g. de toegediende dosering;
h. de duur van de behandeling;
i. de vastgestelde wachttermijnen.
2. De administratie van een dierenarts inzake het voorschrijven van diergeneesmiddelen die bestemd zijn om als zodanig aan dieren te worden vervoederd in de vorm van gemedicineerde voeders, bevat een afschrift van het door de dierenarts opgestelde recept, bedoeld in artikel 98.