BWBR0018901
Geldig vanaf 2006-01-13
Artikel 22
Diergeneesmiddelenbesluit
1. Indien er in Nederland geen diergeneesmiddel beschikbaar is dat is geregistreerd om een bepaalde aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen, is het de dierenarts bij diergeneeskundige noodzaak toegestaan om, in afwijking van artikel 2, eerste lid, van de wet, en met inachtneming van de artikelen 23en 24, de volgende middelen toe te passen bij een dier en in verband daarmee in voorraad of voorhanden te hebben:
a. diergeneesmiddelen die zijn geregistreerd om te worden toegepast bij: 1°. andere diersoorten om een aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen, of
2°. dezelfde diersoort om een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen;
1°. andere diersoorten om een aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen, of
2°. dezelfde diersoort om een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen;
b. ingeval geen diergeneesmiddelen als bedoeld in onderdeel a beschikbaar zijn: 1°. geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, of
2°. diergeneesmiddelen die overeenkomstig richtlijn nr. 2001/82/EG in een lidstaat zijn toegelaten om dezelfde of een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek te genezen, lenigen of voorkomen bij een dier van dezelfde diersoort of: – een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
– een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
1°. geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, of
2°. diergeneesmiddelen die overeenkomstig richtlijn nr. 2001/82/EG in een lidstaat zijn toegelaten om dezelfde of een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek te genezen, lenigen of voorkomen bij een dier van dezelfde diersoort of: – een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
– een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die onder de directe verantwoordelijkheid van een dierenarts middelen als bedoeld in het eerste lid toedient.
a. diergeneesmiddelen die zijn geregistreerd om te worden toegepast bij: 1°. andere diersoorten om een aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen, of
2°. dezelfde diersoort om een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen;
1°. andere diersoorten om een aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen, of
2°. dezelfde diersoort om een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek bij een dier te genezen, lenigen of voorkomen;
b. ingeval geen diergeneesmiddelen als bedoeld in onderdeel a beschikbaar zijn: 1°. geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, of
2°. diergeneesmiddelen die overeenkomstig richtlijn nr. 2001/82/EG in een lidstaat zijn toegelaten om dezelfde of een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek te genezen, lenigen of voorkomen bij een dier van dezelfde diersoort of: – een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
– een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
1°. geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, of
2°. diergeneesmiddelen die overeenkomstig richtlijn nr. 2001/82/EG in een lidstaat zijn toegelaten om dezelfde of een andere aandoening, ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding of gebrek te genezen, lenigen of voorkomen bij een dier van dezelfde diersoort of: – een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
– een andere diersoort, ingeval het dier niet voedselproducerend is;
– een andere voedselproducerende diersoort, ingeval het dier voedselproducerend is.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een persoon die onder de directe verantwoordelijkheid van een dierenarts middelen als bedoeld in het eerste lid toedient.