BWBR0019277
Geldig vanaf 2006-01-13
Artikel 92
Diergeneesmiddelenregeling
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 90, tekent de dierenarts bij toediening aan een voedselproducerend dier van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, of 91, eerste of tweede lid, in de administratie van de houder van dieren aan:
a. de datum van de behandeling met diergeneesmiddelen voor zover door de dierenarts uitgevoerd;
b. benaming en, in voorkomend geval, registratienummer van het diergeneesmiddel;
c. de identificatie van de behandelde dieren;
d. de in acht te nemen wachttermijn.
2. Indien het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 90een stof is als bedoeld in bijlage II bij richtlijn nr. 96/22/EG, waarvan toediening is toegestaan op grond van artikel 4 van die richtlijn, tekent de dierenarts, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, in de administratie, bedoeld in het eerste lid, tevens aan:
a. het doel van de behandeling;
b. de wijze van toediening van het diergeneesmiddel.
3. De administratie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, en artikel 91, tweede lid, en de bescheiden die verband houden met de aantekeningen in de administratie worden gedurende vijf jaar bewaard.
4. Voor zover de toediening, bedoeld in het eerste lid, van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, geschiedt door een persoon als bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, zijn het eerste, tweede en vierde lid van overeenkomstige toepassing.
a. de datum van de behandeling met diergeneesmiddelen voor zover door de dierenarts uitgevoerd;
b. benaming en, in voorkomend geval, registratienummer van het diergeneesmiddel;
c. de identificatie van de behandelde dieren;
d. de in acht te nemen wachttermijn.
2. Indien het diergeneesmiddel, bedoeld in artikel 90een stof is als bedoeld in bijlage II bij richtlijn nr. 96/22/EG, waarvan toediening is toegestaan op grond van artikel 4 van die richtlijn, tekent de dierenarts, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, in de administratie, bedoeld in het eerste lid, tevens aan:
a. het doel van de behandeling;
b. de wijze van toediening van het diergeneesmiddel.
3. De administratie, bedoeld in artikel 90, eerste lid, en artikel 91, tweede lid, en de bescheiden die verband houden met de aantekeningen in de administratie worden gedurende vijf jaar bewaard.
4. Voor zover de toediening, bedoeld in het eerste lid, van een diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, geschiedt door een persoon als bedoeld in artikel 30, tweede lid, onderdeel f, zijn het eerste, tweede en vierde lid van overeenkomstige toepassing.