BWBR0019277
Geldig vanaf 2006-01-13
Artikel 77
Diergeneesmiddelenregeling
1. Als diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet, waarop de bepalingen van Hoofdstuk IV van de wetvan toepassing zijn, worden aangewezen:
a. antimicrobiële diergeneesmiddelen;
b. resistentie-inducerende diergeneesmiddelen;
c. hormoonpreparaten;
d. sera, entstoffen en immunologische diergeneesmiddelen;
e. biologische diagnostica;
f. diergeneesmiddelen die kunnen worden toegediend door middel van injectie of implantatie, tenzij uitsluitend subcutane, intramusculaire of intramammaire toediening is toegestaan;
g. diergeneesmiddelen bestemd voor algehele verdoving, alsmede per injectie toe te dienen middelen voor plaatselijke verdoving;
h. spierrelaxantia;
i. diergeneesmiddelen, die een werkzaam bestanddeel bevatten dat niet gedurende ten minste 5 jaar in een geregistreerd diergeneesmiddel is verwerkt;
j. diergeneesmiddelen die bestemd zijn om curatief te worden gebruikt bij ziekten van: 1°. zenuwstelsel;
2°. hart- en bloedvatenstelsel;
3°. immuunsysteem of bloedbereidende organen;
4°. inwendige nieuwvormingen;
1°. zenuwstelsel;
2°. hart- en bloedvatenstelsel;
3°. immuunsysteem of bloedbereidende organen;
4°. inwendige nieuwvormingen;
k. diergeneesmiddelen voor zover niet reeds uit andere hoofde onder het kanalisatieregime vallend die tevens geneesmiddelen zijn als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening;
l. diergeneesmiddelen die β-agonisten bevatten;
m. diergeneesmiddelen die bestemd zijn voor of mede bestemd zijn voor toepassing bij voedselproducerende dieren, voor zover zij niet reeds zijn aangewezen in de onderdelen a tot en met l;
n. niet-steroïde pijn-, koorts- en ontstekingsremmers, die uitsluitend bestemd zijn om te worden toegepast bij niet-voedselproducerende dieren.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen van hoofdstuk IV van de wetniet van toepassing op:
a. antimicrobiële diergeneesmiddelen en resistentie-inducerende diergeneesmiddelen uitsluitend geschikt en bestemd voor toepassing bij aquarium- en terrariumdieren, in een hoeveelheid van ten hoogste vijf gram van de werkzame stof per verpakking;
b. diergeneesmiddelen uitsluitend geschikt en bestemd voor orale toepassing bij kooi- en volièrevogels en postduiven en niet bedrijfsmatig gehouden kleine knaagdieren, konijnen en fretten die als werkzame stof slechts chloortetracycline tetracycline, oxytetracycline of sulfonamiden bevatten in een hoeveelheid van ten hoogte vijf gram per verpakking.
a. antimicrobiële diergeneesmiddelen;
b. resistentie-inducerende diergeneesmiddelen;
c. hormoonpreparaten;
d. sera, entstoffen en immunologische diergeneesmiddelen;
e. biologische diagnostica;
f. diergeneesmiddelen die kunnen worden toegediend door middel van injectie of implantatie, tenzij uitsluitend subcutane, intramusculaire of intramammaire toediening is toegestaan;
g. diergeneesmiddelen bestemd voor algehele verdoving, alsmede per injectie toe te dienen middelen voor plaatselijke verdoving;
h. spierrelaxantia;
i. diergeneesmiddelen, die een werkzaam bestanddeel bevatten dat niet gedurende ten minste 5 jaar in een geregistreerd diergeneesmiddel is verwerkt;
j. diergeneesmiddelen die bestemd zijn om curatief te worden gebruikt bij ziekten van: 1°. zenuwstelsel;
2°. hart- en bloedvatenstelsel;
3°. immuunsysteem of bloedbereidende organen;
4°. inwendige nieuwvormingen;
1°. zenuwstelsel;
2°. hart- en bloedvatenstelsel;
3°. immuunsysteem of bloedbereidende organen;
4°. inwendige nieuwvormingen;
k. diergeneesmiddelen voor zover niet reeds uit andere hoofde onder het kanalisatieregime vallend die tevens geneesmiddelen zijn als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening;
l. diergeneesmiddelen die β-agonisten bevatten;
m. diergeneesmiddelen die bestemd zijn voor of mede bestemd zijn voor toepassing bij voedselproducerende dieren, voor zover zij niet reeds zijn aangewezen in de onderdelen a tot en met l;
n. niet-steroïde pijn-, koorts- en ontstekingsremmers, die uitsluitend bestemd zijn om te worden toegepast bij niet-voedselproducerende dieren.
2. In afwijking van het eerste lid zijn de bepalingen van hoofdstuk IV van de wetniet van toepassing op:
a. antimicrobiële diergeneesmiddelen en resistentie-inducerende diergeneesmiddelen uitsluitend geschikt en bestemd voor toepassing bij aquarium- en terrariumdieren, in een hoeveelheid van ten hoogste vijf gram van de werkzame stof per verpakking;
b. diergeneesmiddelen uitsluitend geschikt en bestemd voor orale toepassing bij kooi- en volièrevogels en postduiven en niet bedrijfsmatig gehouden kleine knaagdieren, konijnen en fretten die als werkzame stof slechts chloortetracycline tetracycline, oxytetracycline of sulfonamiden bevatten in een hoeveelheid van ten hoogte vijf gram per verpakking.