BWBR0013810
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 6
Vrijstellingsregeling Wtk 1992
1. Vrijstelling van het in artikel 6, eerste lid, van de wetgenoemde verbod elektronisch geld uit te geven wordt verleend aan ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven met een maximum geldswaarde van € 150 per elektronische waardedrager; voor zover:
a. de gezamenlijke waarde van de financiële verplichtingen van de ondernemingen of instellingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden nooit hoger is dan € 6.000.000;
b. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door ondernemingen of instellingen die behoren tot de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waartoe de ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven, behoren; of
c. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door een beperkt aantal gemakkelijk te onderscheiden ondernemingen of instellingen dat hetzij hetzelfde gebouw, terrein of een andere feitelijk begrensde locatie deelt, hetzij nauwe financiële of zakelijke banden heeft met de ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven.
2. De ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld in artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekbij de Bank in; de jaarrekening vermeldt de totale waarde van de financiële verplichtingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden.
3. De artikelen 7ben 85b van de wetzijn van overeenkomstige toepassing op de ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid.
a. de gezamenlijke waarde van de financiële verplichtingen van de ondernemingen of instellingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden nooit hoger is dan € 6.000.000;
b. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door ondernemingen of instellingen die behoren tot de groep, bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waartoe de ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven, behoren; of
c. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door een beperkt aantal gemakkelijk te onderscheiden ondernemingen of instellingen dat hetzij hetzelfde gebouw, terrein of een andere feitelijk begrensde locatie deelt, hetzij nauwe financiële of zakelijke banden heeft met de ondernemingen of instellingen die elektronisch geld uitgeven.
2. De ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid, dienen jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld in artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekbij de Bank in; de jaarrekening vermeldt de totale waarde van de financiële verplichtingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden.
3. De artikelen 7ben 85b van de wetzijn van overeenkomstige toepassing op de ondernemingen of instellingen, bedoeld in het eerste lid.