BWBR0013810
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 14
Vrijstellingsregeling Wtk 1992
Vrijstelling van het bepaalde in artikel 83, eerste lid, van de wetwordt verleend aan beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet toezicht beleggingsinstellingendie zijn opgericht door een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wetdie ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdelen a, b, c of d van de wetis ingeschreven of door een kredietinstelling als bedoeld in artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet, dan wel een dochtermaatschappij van een kredietinstelling als bedoeld in artikel 83, tweede lid, onderdeel c, van de wet, indien:
a. de beheerders, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, van de beleggingsinstellingen, de beleggingsinstellingen of de bijkantoren, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, dan wel de beleggingsinstellingen zijn vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stcrt. 198);
b. in geval van beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen de desbetreffende kredietinstelling dan wel een dochtermaatschappij van de kredietinstelling bestuurder van de beleggingsmaatschappijen is;
c. in geval van beleggingsfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de desbetreffende kredietinstelling dan wel een dochtermaatschappij van de kredietinstelling, de beheerder in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen van de beleggingsfondsen is;
d. de naam van de desbetreffende kredietinstelling in de naam van beleggingsinstellingen wordt gevoerd; en
e. uit de naam van de desbetreffende beleggingsinstellingen duidelijk blijkt dat het om beleggingsinstellingen gaat.
a. de beheerders, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, van de beleggingsinstellingen, de beleggingsinstellingen of de bijkantoren, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 18 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, dan wel de beleggingsinstellingen zijn vrijgesteld ingevolge de Vrijstellingsregeling Wet toezicht beleggingsinstellingen (Stcrt. 198);
b. in geval van beleggingsmaatschappijen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen de desbetreffende kredietinstelling dan wel een dochtermaatschappij van de kredietinstelling bestuurder van de beleggingsmaatschappijen is;
c. in geval van beleggingsfondsen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de desbetreffende kredietinstelling dan wel een dochtermaatschappij van de kredietinstelling, de beheerder in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen van de beleggingsfondsen is;
d. de naam van de desbetreffende kredietinstelling in de naam van beleggingsinstellingen wordt gevoerd; en
e. uit de naam van de desbetreffende beleggingsinstellingen duidelijk blijkt dat het om beleggingsinstellingen gaat.