BWBR0013810
Geldig vanaf 2002-07-01
Artikel 18
Vrijstellingsregeling Wtk 1992
1. De verboden genoemd in de artikelen 6, eerste lid, 31, eerste lid, 32, eerste lid, 38, eerste lid, van de wetblijven tot twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling buiten toepassing ten aanzien van ondernemingen of instellingen als bedoeld in artikel 3 van de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling hun bedrijf maakten van het ter beschikking verkrijgen van, al dan niet op termijn, opvorderbare gelden van partijen buiten besloten kring, niet zijnde professionele marktpartijen en het ter beschikking verkrijgen van die gelden geheel of gedeeltelijk niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, eerste lid, is geschied.
2. Indien voor de inwerkingtreding van deze regeling een overeenkomst is aangegaan waarbij opvorderbare gelden ter beschikking zijn verkregen van ondernemingen of instellingen die niet tot het publiek behoren als bedoeld in artikel 2 of artikel 4 van de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, zijn bij het voortduren van die overeenkomst na de inwerkingtreding van deze regeling, de verboden genoemd in de artikelen 6, eerste lid, 31, eerste lid, 32, eerste lid, 38, eerste lid, van de wetniet van toepassing op het ter beschikking hebben van de gelden die op grond van deze overeenkomst werden verkregen.
2. Indien voor de inwerkingtreding van deze regeling een overeenkomst is aangegaan waarbij opvorderbare gelden ter beschikking zijn verkregen van ondernemingen of instellingen die niet tot het publiek behoren als bedoeld in artikel 2 of artikel 4 van de Regeling van de Minister van Financiën van 4 februari 1993 tot uitvoering van artikel 1, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, Stcrt. 29, zijn bij het voortduren van die overeenkomst na de inwerkingtreding van deze regeling, de verboden genoemd in de artikelen 6, eerste lid, 31, eerste lid, 32, eerste lid, 38, eerste lid, van de wetniet van toepassing op het ter beschikking hebben van de gelden die op grond van deze overeenkomst werden verkregen.